Professor Etienne Vermeersch persoonsbeschrijving aan de hand van een foto.
Klik op onderstaande link waar je twee foto's vind van prof. emeritus Etienne Vermeersch.
Op een foto kan ik (Ingrid Holvoet) de gemoedstoestand en wat iemand bezighoudt van het moment van de foto voelen.
Uit deze twee foto's zijn de volgende persoonlijkheidskarakteristieken te lezen.
Eerste foto
Groot ego, is overtuigd van zijn waarde en zijn belangrijkheid.
Gelukkig, tevreden, 'ik heb iets bereikt', opgelucht verzuchten van 'ik heb het bereikt'.
Ik ben belangrijk, ik ben iemand, ik sta hoog aangeschreven.
'Belangrijk zijn' is heel belangrijk in zijn leven, daar heeft hij heel zijn leven voor gevochten.
Er zit een angst die hij voortdurend met zich meesleept, om niet belangrijk te zijn, om niet mee te tellen.
Het schrikbeeld van niet belangrijk te zijn, niemand te zijn op het einde van zijn leven, heeft hem gans zijn leven doen ijveren om belangrijk te zijn.
Er zit steeds een angst om het niet te bereiken om niet belangrijk te zijn, dit is een last die hij als een gewicht op zijn rug onafgebroken meesleept.
< Patronen (programmeringen in het onderbewustzijn) die dit veroorzaken:
. Als je niet belangrijk bent, ben je dood.
. Je moet ernaar streven om belangrijk te zijn, anders ben je dood.
. 'Belangrijk zijn', is het belangrijkste streven die je dient te hebben, je moet belangrijk zijn.
. Belangrijk zijn, daar draait het rond in het leven, dat is waar iemand voor leeft, zonder dat ben je dood, ben je een niemendal, ben je waardeloos, zul je niet meetellen + een angst om niet mee te tellen, om geen waarde te hebben, om niet belangrijk te zijn. Vandaar een voortdurend streven om belangrijk te zijn.
. 'Het moeten belangrijk zijn' is iets dat het ganse leven als een last op de rug hangt en die hij het ganse leven meesleept. Het laat hem nooit los. >
Is alert op hoe anderen vooruitgaan, en als er gevaar is dat hij achterop zou geraken, baant hij zijn weg naar voor met ellebogenwerk: het wegduwen van anderen en zichzelf op de voorgrond plaatsen.
En dan krijgt hij een schouderklopje: je hebt het toch weer gedaan, jij hebt het toch weer bereikt, jij staat toch weer vooraan, proficiat! Jij hebt weer bewezen wie je bent. De anderen lopen duidelijk achterop, jij bent de grootste.
Hij moet het hoge woord voeren, hij moet aan bod komen. De aandacht moet naar hem gaan, ze moeten hem horen, ze moeten zijn visie horen. In een debat gaat het er niet om dat men de verschillende visies hoort, het gaat erom dat men zijn visie hoort. Hij heeft geen enkele interesse voor de visies van anderen en die zijn op voorhand veroordeeld. Hij wil er niet naar luisteren, hij wil het niet horen, het gaat om zijn visie.
Hij wordt betaald voor het werk dat hij bij SKEPP doet, als hij er niet voor betaald zou worden, zou hij dat werk niet doen.
Tweede foto
Wil zijn stem laten horen, wil gehoord worden, moet gehoord worden, wil overal bij zijn, moet overal aanwezig zijn om niet vergeten te worden. Wil absoluut niet vergeten worden, wil niet uit de openbaarheid verdwijnen, om niet vergeten te worden. Geniet ervan als hij ergens uitgenodigd wordt om ergens aan deel te nemen. Hij telt nog mee + een gevoel van opluchting en geluk daarbij.
Hij geniet ervan als men hem met 'professor' aanspreekt.
Kan zijn visie niet afgeven, moet winnen. Hij moet overtuigen, hij moet zijn gelijk halen.
Hij heeft een bepaalde visie over sociale vraagstukken en hij wil die visie naar voren brengen, zodat men zou weten wat professor Vermeersch daarover denkt, wil belangrijk zijn.
Hij debatteert graag omdat anderen dan zijn visie leren kennen, omdat anderen dan weten hoe hij denkt, omdat zijn mening dan aan bod komt. Wat de anderen zeggen is van geen tel, is niet belangrijk, in een debat draait het rond hem en rond zijn visie.
Heeft een goed doorzicht in vraagstukken, ziet alle elementen, heeft een goed overzicht, ziet alle kanten (behalve dan als het over alternatieve en paranormale zaken gaat, daar denkt hij erg eenzijdig). Hij kan de visie van een ander volgen en goed zien hoe zij de dingen bekijken, maar dan gaat hij argumenteren met als enig doel de ander van zijn of haar visie af te brengen, de ander van de fouten van zijn of haar visie te overtuigen. Hij wil (dwangmatig) een ander naar zijn visie overhalen, in een debat is er voor hem niet de openheid om eventueel toe te geven dat de visie van de ander ook waarde heeft, in een debat gaat het er voor hem over dat zijn visie het wint, dat hij zijn gelijk haalt. In een debat gaat het er niet om om toenadering te zoeken door de verschillende standputen een kans te geven, het gaat erom te winnen met zijn visie. Hij kan vanuit de visie en logica van de ander redeneren maar hij doet dat niet om begrip op te brengen voor de andere visie (de visie van de ander is nooit juist, het is zijn visie die juist is), maar dat helpt hem om de visie van de ander uiteindelijk te keren naar zijn visie. In een debat moet de ander overtuigd worden van de onjuistheid van zijn of haar visie en moet die overtuigd worden van de juistheid van de visie van professor Vermeersch. Hij gaat niet een debat aan om tot een overeenstemming te komen maar om de ander te overtuigen van zijn gelijk.
|