Voorbeeld van patronen van ADHD en ADD
Voorbeeld van patronen van ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) bij een 16-jarige jongen
Er is een eerste patroon dat inhoudt: 'je mag niet vooruitkomen in het leven'.
Er is een tweede patroon dat inhoudt: 'jij verdient geen liefde, je moet jezelf straffen, je moet heel je leven lijden'.
Er is een derde patroon dat inhoudt: 'je mag niet slagen, je moet lijden, je moet een weg van lijden afleggen ter ere van God, je wordt later door God beloond als je nu lijdt'.
Het idee moeten lijden ter ere van God is bij veel mensen in het onderbewustzijn aanwezig, of iemand al dan niet in God gelooft. Dit patroon activeert tal van andere patronen die ernstige problemen veroorzaken.
Er is een vierde patroon dat inhoudt: 'je mag niet gelukkig door het leven gaan, je moet veel tegenslagen kennen om veel te leren verwerken zodat je een waardige discipel van God kunt worden'.
Deze vier patronen zijn onafgebroken actief en activeren het patroon van ADHD.
De verschillende patronen die hieronder beschreven worden, zijn mogelijk verschillende delen van één geheel.
. Er is een overmatige elektrische werking in de hersenen. Daardoor worden hersencellen geïrriteerd, ze komen onder te hoge spanning. Er wordt door de overmatige elektrische activiteit een klier geactiveerd die een stof produceert die naar de geïrriteerde cellen geleid wordt. Onder invloed van deze stof is er een scheikundige reactie in de hersencellen. Daardoor worden de cellen verdoofd en is het normale scheikundige proces in de hersenen verstoord (het metabolisme van de hersencel is verstoord) en wordt een andere stof niet meer in de hersencellen geproduceerd. Hierdoor worden de hersencellen niet meer normaal gevoed, waardoor een vertraging in de doorschakeling tussen hersencellen ontstaat.
. Er is een overmatige hersenactiviteit. Daardoor worden de hersencellen geïrriteerd. Als afweermechanisme daartegen verandert het metabolisme in de hersenen, daar wordt een stof teveel verbruikt waardoor er een tekort ontstaat.
. Er is een verhoogde elektrische spanning in de hersenen. Daardoor ontstaat een gewijzigde geleiding naar de diverse hersencellen. De elektrische spanning reguleert het celmetabolisme. Door de veranderde spanning wijzigt het celmetabolisme in de hersenen. Er ontstaat een scheikundige stof in de hersencellen die een andere stof in de hersencellen vernietigt, en daardoor is het contact tussen hersencellen verbroken.
. Een elektrische ontregeling in de hersenen verstoort de werking van het hormonale systeem en daardoor komt er een te grote vetopslag in de hersenen. Een hormoon dat normaal verantwoordelijk is voor de vetafbraak, is niet de in normale hoeveelheid aanwezig. Er zijn teveel vetcellen in de hersenen die de doorschakeling tussen hersencellen belemmeren.
. Onder invloed van de overmatige elektrische werking wordt een stof (een gif) geproduceerd dat normaal niet in het lichaam aanwezig is. Dit gif onderbreekt het opbouwproces van andere stoffen die normaal gezien door scheikundige reacties in de cellen gevormd worden. Daardoor komen deze stoffen niet tot hun volledige vorming. Stoffen die al volledig gevormd zijn, worden door de indringer voortijdig afgebroken waardoor er een tekort is aan bepaalde stoffen.
. Er is een patroon dat de hoeveelheid bepaalt waarin een bepaalde stof in de hersenen aanwezig is. Indien deze hoeveelheid overschreden wordt, dan gaat deze stof een scheikundige reactie aan met andere stoffen waardoor ze vernietigd wordt.
Voorbeeld van patronen van ADD (Attention deficit disorder) bij een 25-jarige man
. Een scheikundig proces wordt voortijdig afgebroken. Stoffen zijn zich aan het vormen (stof A). Dan komt een ongewenste stof B binnendringen en stopt de vorming van de stoffen. De stoffen zijn maar half opgebouwd en kunnen daardoor slechts gebrekkig functioneren. Tal van andere processen waarbij die stoffen aan bod komen, verlopen daardoor ook minder goed. Onder andere processen die ervoor zorgen dat iemand zich kan concentreren.
De stof B die komt binnendringen is bij processen altijd wel aanwezig. Maar wordt normalerwijze op afstand gehouden door een stof C die voor een bepaald milieu zorgt (mogelijk zuurtegraad, of iets anders, of aanwezigheid (of afwezigheid) van een vloeistof). Dit zorgt ervoor dat stof B normalerwijze inactief blijft. Stof C is echter afwezig waardoor stof B de opbouw van stof A kan afbreken.
Stof C is afwezig door het volgende patroon: een eerste patroon 'je kan niet onthouden' activeert een tweede patroon waardoor stof C (mogelijk in een klier) niet wordt opgebouwd.
. Stoffen worden niet als reserve opgeslagen, maar gaan verloren. Tijdens de opslag van een stof D is er een stof E die stof D afduwt, waardoor deze niet kan opgeslagen worden. Deze stof E bevindt zich als een afweerschild tussen stof D en de opslagplaats. Stof D wordt daardoor afgeweerd.
. Voor opslag van stoffen is het noodzakelijk dat deze stoffen zich kunnen verbinden met een andere stof. Deze scheikundige reactie vindt niet plaats, waardoor er geen opslag van stoffen mogelijk is.
|