Voorbeeld van patronen bij een 15-jarige autistische jongen
Kevin, een 15-jarige autistische mentaal gehandicapte jongen. Hij lijdt aan een ernstige vorm van autisme
Patronen
Kevin vertoont bizar gedrag: likken, bijten, grommen, bizarre geluiden maken, ruiken, springen, kijken, staren, met de armen zwieren, snuffelen, betasten, zich tegen iemand aanwrijven, aanvallen, zich totaal afsluiten van anderen, zich oprollen. Zijn moeder of een vertrouwenspersoon moet altijd in zijn directe omgeving zijn. Hij heeft een sterker dan normaal ontwikkeld reukzintuig, hij voelt zich goed in de natuur. Ik (Ingrid Holvoet) heb verschillende foto's gevoeld van Kevin, en op bijna elke foto voel ik de persoonlijkheid van het een of ander dier; Kevin zit op diverse momenten in de persoonlijkheid van diverse dieren.
In een patroon in zijn onderbewustzijn is het gedrag van verschillende dieren geprogrammeerd, en Kevin verschuift van het ene gedrag in het andere. Op één foto heb ik geen identiteit van een dier gevoeld, maar een helder aanwezig zijn, een zichzelf zijn. Dus zijn er momenten dat hij niet in de persoonlijkheid van een dier zit, maar meestal toch wel.
Er is een patroon met de voorstelling van een bos waarin hij leeft, nu eens als het ene, dan weer als een ander dier. Hij verschuift naar de persoonlijkheid van een van de dieren in het patroon. En dan verschuift hij weer naar een ander dier. Het zijn voornamelijk bosdieren.
Een konijntje is gelukkig en speels en huppelt. Een ander dier is zeer schuw en houdt zich op de achtergrond, kruipt zoveel mogelijk alleen terug in zijn hol en komt alleen buiten om eten te zoeken. Een egel is alert voor gevaar en angstig en rolt zich helemaal op bij het minste teken van gevaar. Een jong van een wolf blijft heel dicht bij de moeder en volgt haar bij elke stap. Een wolf laat zijn tanden laat zien en gromt en huilt, en bakent zijn territorium af waar een ander geen toegang tot heeft. Een klein aapje springt weg en weer en loopt anderen voor de voeten en is zich alleen bewust van zijn eigen kleine wereldje. Een koe staat te grazen en te blaten en zit alleen maar in haar eigen wereldje en neemt alleen maar waar en denkt niet. Een paard graast in de weide en is zich alleen bewust van zijn grazen en van niets anders. Een knaagdier snuift een geur op en snuffelt aan het voorwerp van de geur. Een muisje spitst de oren en loert. Een aap springt op en neer en slaat met de armen. Een vos speelt en dartelt en probeert zijn staart te pakken, houdt van de anderen en is heel lief, snuffelt op de grond op zoek naar sporen, likt zijn jongen. Enz.
Andere zaken die ik op de foto's gevoeld heb
Kevin neemt de omgeving niet waar zoals andere mensen. Hij ziet vage omtrekken. Hij kan mensen niet in hun geheel waarnemen, hij ziet stukjes, hij ziet een vage omtrek.
Hij herkent mensen aan hun bewegingen, aan hun stem, aan hun geur, en hun lichaamsomtrek. Hij ziet de glimlach, hij herkent de stem, de gebaren, de omtrek, de geur. Hij denkt niet, hij voelt niet.
Hij kan iemand alleen beoordelen als goed of kwaad. Als ze goed zijn, zijn ze als een bloem, mooi en lekker ruikend en daarbij voelt hij zich veilig. Als ze niet goed zijn, zijn ze als een boze wolf die zijn tanden laat zien en die gevaarlijk is. Als hij dat merkt, zal hij zich afsluiten en zich oprollen om zich te beschermen. Bij zijn moeder is hij veilig, want zij is een mooie bloem, zij glimlacht. Zijn moeder herkent hij aan haar stem, haar geur, haar expressie en haar zachte manier van doen.
Hij zit in diverse situaties en bij diverse mensen in de persoonlijkheid van een ander dier.
Als het glucosegehalte in zijn hersenen beter op peil is, dan kan hij meer waarnemen, is hij helderder, is hij zich meer bewust van zijn omgeving, zit hij meer in zichzelf i.p.v. in een dier, zal hij meer gevoelens hebben.
Hij is dikwijls afgesloten van alles en iedereen. Hij zit dan helemaal in zijn eigen wereld die helemaal leeg is, er zijn geen gedachten en gevoelens. Hij leeft dan als een plant, zonder enig waarnemen van iets buiten of binnen hem.
Patronen die de vorming van hersencellen beïnvloeden en die het functioneren van de hersenen beïnvloeden
Autisme in combinatie met een mentale handicap is het resultaat van een combinatie van twee types van patronen. Er zijn patronen die zorgen voor afwijkingen in het hersenweefsel en de hersenwerking en er zijn patronen die het gedrag bepalen. Deze laatste zijn verantwoordelijk voor geslotenheid en het afgesloten zijn van anderen, gebrek aan flexibiliteit en bizar gedrag en denken. Eén van deze patronen is het patroon dat zorgt voor het gedrag als van een dier.
. Bij Kevin is er een patroon dat zorgt voor afwijkingen in de hersenen. Dit patroon is werkzaam vanaf de vorming van de foetus en het patroon is nog steeds actief.
De elektrische werking in de hersenen is vertraagd, er is een vertraging van de hersenwerking in het algemeen. Er gaat te weinig zuurstof en te weinig voedsel naar de hersenen. Daardoor is de vorming van normale scheikundige verbindingen niet mogelijk en worden hersendelen misvormd, de uitlopers van de hersencellen worden namelijk niet of beperkt gevormd. Om dit euvel op te vangen wordt een grote hoeveelheid cellen naast de misvormde cel gevormd. Er komt een woekering van cellen met eveneens misvormde uitlopers. Deze zijn ofwel te kort ofwel overmatig lang ofwel structureel gebrekkig gevormd. Zo ontstaat er een kluwen van uitlopers kris kras door elkaar. Door deze misvorming van de uitlopers van de cellen verloopt het contact tussen cellen op een andere manier dan bij andere mensen: het doorgeven van signalen moet door een kluwen van uitlopers heen gebeuren en gebeurt niet via de uiteinden van de uitlopers maar via diverse delen van de uitlopers. Daardoor ontstaat er een hoge spanning of een te hoge temperatuur in de hersenen of misvormingen op de uitlopers. Cellen worden daardoor beschadigd en er moeten nieuwe cellen gevormd worden om het euvel op te vangen. Er komt weer een woekering van cellen met misvormde uitlopers, die mettertijd beschadigd worden en een nieuw kluwen van cellen wordt gevormd.
. Een ander patroon zorgt ervoor dat een klier (mogelijk de hypofyse) een hormoon niet afscheidt. Daardoor ontstaat er een fout in de afbraak van voedingsstoffen in aparte delen (misschien glucoseverbindingen die verkeerd gesplitst worden, of er is een tekort aan glucose in de hersenen, of er scheelt misschien iets met de zuurtegraad in de hersenen). Daardoor ontstaan er gifstoffen in de hersenen. De hersencellen worden niet juist gevoed en worden vernietigd door de gifstoffen, de uitlopers worden vernietigd door de gifstoffen.
. Er is ook een patroon i.v.m. de samenstelling van het hersenweefsel: de scheikundige samenstelling van de hersencel is anders dan bij andere mensen, het heeft mogelijk iets met glucoseverbindingen en de zuurtegraad van de hersenen te maken.
. Door een ander patroon worden de uitlopers die toch goed gevormd worden vernietigd. Er gebeurt iets zodat de uitlopers afsterven, verpulveren. Dit heeft mogelijk iets met zuurtegraad te maken.
In de patronen ligt een schat aan informatie voor een medisch geschoold iemand. Ik kan slechts de grote lijnen zien. En mogelijk interpreteer ik dingen verkeerd en beschrijf ik dingen verkeerd.
Met de LTA therapie kunnen de patronen die zorgen voor afwijkingen in de vorming van hersencellen en in de hersenwerking vernietigd worden. Ik heb er geen idee van of hersencellen zich normaal kunnen gaan vormen als deze patronen vernietigd zijn noch in welke mate het functioneren van de hersenen daardoor kan verbeterd worden.
Patronen voor moeite met elke overgang
. Er is één weg, en die weg is in het denken van Kevin voorgesteld als een lijn en die lijn moet gevolgd worden, of anders gezegd: de actie moet altijd dezelfde blijven, dezelfde lijn moet doorlopen. Als er iets moet veranderen, dan is het alsof de lijn afbreekt. Dit maakt hem heel verward, want dan weet hij niet meer welke richting hij moet volgen, totdat er zich een nieuwe lijn in een andere richting vormt, en dan heeft hij weer houvast en wil hij die lijn opnieuw volgen zonder te stoppen. Als hij op een lijn zit, dan moet hij de actie aangegeven door die lijn volgen, hij kan daar niet van afwijken. Dus eens iets is gekozen, is dat voor Kevin alsof dit blijft duren, bij elke actie opnieuw. Als hij bijvoorbeeld iets eet, dan bepaalt dit patroon dat hij de gegeven lijn zal volgen, dat hij zal blijven eten. Dus als hij moet stoppen om zich te wassen, dan is de lijn gebroken en dat maakt hem verward. Het duurt daarom even eer hij de nieuwe lijn van ‘zich wassen’ kan aanvaarden. In zijn geest is dit echter weer een blijvende activiteit en als deze moet stoppen en hij op de bus moet stappen, dan moet hij de lijn waarvan hij dacht dat ze zou blijven duren weer verbreken enz.
Andere patronen die op het voorgaande lijken, maar toch apart geprogrammeerd zijn :
• Je moet op de weg blijven, niets mag veranderen.
• Er is geen andere weg, er is alleen die weg.
• Je mag niet afwijken.
Patronen voor gebrek aan contact met anderen, het opgesloten zitten in zijn eigen wereld
• Niet willen horen, niet willen zien, zich willen afsluiten van de buitenwereld, in zichzelf willen leven als een plant.
• Leef op je eentje, neem geen contact met anderen, de anderen zijn niet belangrijk.
• Je leeft vanuit jezelf, je kent alleen jezelf, je kent niemand anders, er is niemand buiten jezelf.
• Je kan niet uit jezelf komen, je zit in jezelf, je ziet alleen jezelf, je voelt alleen jezelf, je hoort alleen jezelf.
• Je zit opgesloten in jezelf, er is geen ander, je zit opgerold in jezelf.
• Je kan jezelf niet loslaten, je bent alleen jezelf.
• Je kan niet verder dan jezelf zien, je kan niet naar buiten zien.
• Je kan geen contacten leggen met een ander, je kan niet begrijpen wat een ander denkt.
• Je kan er niet bij wat de ander denkt, wat de ander denkt staat ver van je af.
• Maak geen contact met anderen, sluit je af voor anderen, je wilt niet horen, je wilt niet voelen, je wilt niet zien, trek je terug in je cocon.
• Zijn eigen veilige wereld opbouwen, helemaal opgeslorpt zijn in die wereld. Zijn eigen gedachtewereld opbouwen. De buitenwereld niet binnenlaten, want dat is veilig. Zich afschermen van de buitenwereld. Zelf niet uitgaan naar de buitenwereld.
• Een patroon met als inhoud de mentale toestand van totaal naar binnengekeerd zijn, totaal op zichzelf gericht zijn, aan zichzelf vastgeplakt zijn.
Patronen om zaken in dezelfde volgorde te moeten volgen
• Eens iets uitgestippeld is, eens verschillende acties tezamen gevoegd zijn, eens er een vast patroon van opeenvolgende gebeurtenissen is, dan moet elke volgende sequentie identiek zijn aan de vorige. De volgorde van de reeks mag niet meer veranderen.
• Je mag niet afwijken van de gekozen volgorde. Eens de juiste volgorde gevonden is, geeft dat houvast en zekerheid. Indien een andere volgorde gekozen wordt, veroorzaakt dat onzekerheid en verlies van houvast.
• Je kan niet meer veranderen.
• Er is geen andere weg, het hoort zo en op geen enkele andere manier.
• Je past je niet aan.
Patronen voor het blijven vasthangen aan één denkpatroon
• Er is één waarheid, dat is de enige waarheid, er is geen enkele andere waarheid. Eens Kevin een waarheid gevonden heeft, dan houdt hij daaraan vast omdat dat stabiliteit en zekerheid geeft. Het moeten aanvaarden van een andere waarheid brengt hem uit evenwicht.
• Jouw waarheid is de juiste.
• Eens een waarheid gevormd is, dan is dit de juiste waarheid en geen enkele andere waarheid kan nog juist zijn.
• Zich vasthouden aan zijn waarheid. Zich niet kunnen aanpassen aan de waarheid van een ander.
• Eens een idee in de hersenen aanwezig is, blijft dit daar vastzitten. Het proces in de hersenen om een ander idee op te roepen, is geblokkeerd.
• Je kan niet meer loslaten wat in je hoofd zit.
Patronen voor obsessie voor één interessepunt
Als hij zijn aandacht op iets vestigt, dan kan hij daar niet meer van loskomen, hij is eraan vastgelijmd. Hij kan alleen nog daarmee bezig zijn, hij mag er niet meer vanaf wijken, hij kan geen andere zaken meer waarnemen. Er kan maar één interessepunt tegelijk zijn, het is onmogelijk dat er twee of meerdere zijn omdat hij dat gewoon geestelijk niet kan. Het is voor hem onmogelijk om twee dingen tegelijk in zijn geest te hebben.
Dit is een patroon met dit gedrag als inhoud en geen patroon betreffende de hersenwerking.
Patronen voor het blijven zeuren over iets of om een vraag te blijven stellen
Hij is vastgeplakt aan één thema. Er is een scheikundig proces in de hersenen dat ervoor zorgt dat de hersenprocessen blokkeren. De scheikundige verbinding van een vraag of een idee blijft in de hersenen aanwezig, zodat er geen andere ideeën kunnen gevormd worden. Het proces om het antwoord op een vraag te verwerken is afwezig, aangezien de hersenwerking tijdelijk geblokkeerd is. Het is dus alsof er geen antwoord is, want dat antwoord kan niet verwerkt worden in de hersenen. Hij zit vastgeplakt aan het eerste idee dat nog in zijn hersenen aanwezig is.
Patronen om dwingend aandacht te eisen en gefixeerd te zijn op één vertrouwenspersoon
Hij richt zijn aandacht uitsluitend op één persoon, hij kan alleen nog die persoon waarnemen en niemand anders. Hij kan niet loskomen van een persoon, hij zit aan een persoon vastgeplakt, hij is als het ware met die persoon versmolten. Die persoon mag alleen zijn aandacht richten op hem, en mag zijn aandacht op niets anders richten. Hij richt ook al zijn aandacht op die persoon alleen, er is geen enkele andere persoon in zijn gedachtewereld. De twee personen zijn door een denkbeeldige lijn met elkaar verbonden. Als de persoon zijn aandacht van hem loslaat, dan is die lijn verbroken, en is hij ineens de grond onder zijn voeten kwijt, is hij ineens alle stabiliteit kwijt, is hij alle houvast kwijt. Dit is een verschrikkelijk gevoel van gevaar en van geen richting meer weten. Dus moet hij zo snel mogelijk de lijn herstellen, dus zal hij dwingend aandacht eisen. De persoon moet zijn aandacht weer op hem plaatsen om de lijn te herstellen en het verschrikkelijke gevoel van onevenwicht te doen verdwijnen. Hij voelt zich maar veilig en voelt alleen dat er zekerheid en houvast is, als een persoon onophoudelijk zijn aandacht op hem richt Deze persoon moet dan ook altijd in zijn buurt zijn, hij kan niet alleen zijn zonder deze persoon. Bijgevolg moet hij op voorhand weten dat een vertrouwenspersoon even weg moet, dat hij/zij zeker zal terugkomen en hoe lang hij/zij zal weg zijn, omdat hij daardoor het gevoel heeft dat de lijn niet verbroken is en hij die tijdelijke scheiding aankan.
De ganse dag moeten doorlopen om zich iets te kunnen herinneren
Dit probleem is niet het resultaat van een patroon, maar wel van de slecht gevormde hersencellen-uitlopers. Omdat de uitlopers niet snel genoeg gegevens kunnen doorgeven, kunnen gebeurtenissen niet snel genoeg opgeslagen worden, en niet elk een apart adres in de hersenen toegekend krijgen. In plaats daarvan is er een beginadres van het eerste moment van een reeks gebeurtenissen en de gebeurtenissen worden aan elkaar geschakeld en opgeslagen op hetzelfde adres. Dus als hij iets wil terugvinden kan hij niet direct het adres van die gebeurtenis vinden, omdat er geen adres voor is, hij moet de reeks van gebeurtenissen doorlopen totdat hij het moment ontmoet dat hij zoekt.
Patronen voor fragmentarisch waarnemen
• Je kan het geheel niet zien, je kan maar een stukje zien.
• Er is geen geheel, er zijn alleen stukjes.
• Je kan niet zien
• Alles is vaag
• Je kan de omlijning en enkele kenmerken vaag waarnemen, maar niet alle elementen van een voorwerp.
• Een patroon dat ervoor zorgt dat als hij naar iets kijkt, er stukjes uitspringen en het geheel naar de achtergrond verdwijnt.
• Je ziet elk stukje apart, je kan geen stukjes samen zien, iets hoort niet samen, er is geen samenhang, iets hoort apart.
Patronen voor fragmentarisch denken
Hij kan maar aan één ding tegelijk denken, hij bezit niet de mogelijkheid om aan verschillende dingen te denken of dingen te combineren, dit is het resultaat van de heel sterk vertraagde hersenwerking, doordat de hersencellen niet normaal gevormd zijn en de hersenen te traag werken om de normale processen van denken te kunnen vervullen. Daarnaast zijn er nog patronen.
• Je kan niet denken aan meer dan één ding, een per een.
• Geen twee dingen tegelijk voor je kunnen plaatsen of in je geheugen houden.
Patronen om te denken dat zijn moeder in zijn hoofd kan lezen en alles van hem weet
• Een ander is alwetend, de kennis ligt bij de ander.
• Jij weet niets.
• Jij bent dom, jij kunt niet denken.
• Je bent afhankelijk van een ander.
• Jij bent misvormd, jij hebt geen geest, jij denkt niet, jij weet niet.
• De ander weet het.
• Luister naar de ander.
• Jij bestaat niet, jij bent niets.
Patronen voor de gedachten die steeds in zijn hoofd blijven hangen
• Een kluwen van gedachten dringt zich op. Die gedachten komen uit een patroon en niet uit de hersenen. Het zijn flarden en flitsen van ideeën die in zijn hoofd komen en daar wat rondtollen. Eén van de gedachten kan domineren en langer blijven hangen.
• Je moet denken, je moet nog denken, je moet denken, je moet nog denken.
• Er zijn steeds gedachten.
• Denk, denk, denk.
• Je denken staat niet stil.
• Een stroom van gedachten.
• Je denkt, je denkt, je denkt.
• Gedachten komen, gedachten komen, gedachten komen.
• Je denken stopt niet.
Patronen om zijn pols open te wrijven of open te bijten
• Als er een frustratie is, is dat een automatische reactie (de pols openwrijven). De handeling ligt gedetailleerd vast in het patroon.
• Je moet je pols openbijten. Dan ziet men hoe belangrijk je bent en krijg je aandacht.
• Je kunt aandacht krijgen door jezelf te pijnigen. Ze zullen je proberen te stoppen en dan is men met jou bezig.
Patronen voor kopstoten
• Bij frustratie moet hij deze uitwerken. Hij moet de frustratie kwijt. Het patroon zegt als hij de kopstoten doet op de manier zoals het in het patroon vastligt, de frustratie dan voorbij is. Na de kopstoten komt er een gevoel van verlichting.
Patronen om te fluisteren en om niet veel te spreken
• Je moet fluisteren.
• Een patroon met de toonhoogte waarop gesproken wordt.
• Je hebt geen mooie stem. Laat je stem niet horen.
• Je bent niet belangrijk. Je mag je stem niet laten horen.
• Je spreekt niet. Je fluistert.
• Je mag niet luid praten.
• Het is niet goed luid te spreken. Luid spreken hoort niet, het is onbeleefd. Het is iets wat je niet doet. Praten met een zachte stem betekent klasse.
• Je moet onzichtbaar zijn. Praat op lage toonhoogte, zodat niemand je hoort, zodat je niet aanwezig bent, zodat je niet opvalt.
• Niet luidop durven spreken, angst voor geluid. Je moet de oren afsluiten en je terugtrekken in je schelp.
• Alles moet stil zijn, niemand mag iets zeggen. Niet luidop durven praten omdat hij geen geluid wil maken. Alles moet stil en vredig zijn. Er mag geen woord vallen. Dus niet veel spreken.
• Je hebt een lelijke stem, mensen zullen vluchten voor je stem.
• Je hoort je stem niet graag.
• Niet communiceren met anderen, zwijgen, niets zeggen.
• Niet veel spreken, weinig spreken.
• Niet mogen horen, alles afsluiten, je kan niet horen.
Patronen voor lage intelligentie
• Er is geen denken.
• Je mag niet denken.
• Je kan niet waarnemen.
• Je bent afgesloten.
• Er is geen licht, het is duister.
• Je kan niet zien.
• Je kan niet weten.
• Er is geen weten.
• Je kan je niets herinneren.
• Traag denken.
• Je kan niet horen, je kan niet voelen, je kan niet waarnemen. Je kan niet begrijpen, je kan niet redeneren, je kan niet denken, je kan niet afleiden. Je kan niet zijn, je bent dood, je bent verdoofd, je bestaat niet, je leeft niet. De hersencellen zijn dood, je denkt niet, je weet niet. Je hoort niet, je ziet niet. Je bent een plant, je hebt geen hersencellen.
• Een patroon betreffende de hersenwerking zorgt ervoor dat de hersenen niet werken, stilstaan. De activiteit in de hersenen is afwezig of sterk vertraagd.
• Een ander patroon betreffende de hersenwerking zorgt ervoor dat sommige hersenzones in dergelijke beperkte mate doorbloed worden dat de cellen afsterven. Hersencellen worden vernietigd.
. 'Je mag niet denken' activeert een patroon i.v.m. de hersenen dat de hersenen blokkeert, dat ervoor zorgt dat er geen bloeddoorstroming is, geen voeding naar de hersenen zodat cellen bijna afsterven. Nu en dan worden de hersenen gedeblokkeerd en komt er voeding door. Dit geldt voor grote delen van de hersenen. De hersendelen om te denken liggen zo goed als stil, dus hij kan niet denken.
. 'Je kan niet waarnemen' activeert een patroon dat ervoor zorgt dat hij niet normaal kan zien. Hij kan geen geheel zien, hij kan alleen stukjes van een geheel zien. Hij kan een mens niet in zijn geheel zien. Hij kan geen ganse omtrek waarnemen. Hij kan een gezicht niet gedetailleerd waarnemen. Hij kan wel een gezichtsuitdrukking onderscheiden van een andere. Hij kan grove bewegingen zien, zoals een voorwaartse beweging, een arm die omhoog gaat. Pas op dat moment zal hij de arm van een persoon waarnemen. Aangezien hij geen geheel kan zien, gaat hij mensen en dingen onderscheiden aan hun geur, aan stemgeluiden, aan een gezichtsuitdrukking. Als hij een vierkant ziet, kan hij de vorm niet duidelijk waarnemen, maar hij ziet stukjes van alle zijden. Er is geen begeleidend patroon i.v.m. de hersenwerking.
. 'Je kan niet zien' activeert nog een ander patroon van heel vaag en onduidelijk waarnemen. Dingen zijn niet duidelijk afgebakend, niet duidelijk afgelijnd.
. 'Er is geen weten' activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat data niet opgeslagen worden. Indrukken die Kevin beleeft, worden niet of slechts gedeeltelijk opgeslagen zodat hij niet kan leren. Alleen met heel veel herhaling zal iets uiteindelijk in de hersenen opgeslagen worden. Data worden omgezet in scheikundige coderingen en gebonden met stoffen voor opslag in de hersenen. Dit proces is sterk belemmerd.
. 'Je kan je niets herinneren' activeert een patroon van het niet terug ophalen van gegevens uit de hersenen. Het gebeurt gewoon niet. De scheikundige reacties nodig voor het ophalen gebeuren niet.
. 'Je kan niet afleiden, combineren, door elkaar plaatsen. Je kan niet vrij beschikbare gegevens in een andere vorm gieten. Je kan alleen de aangeleerde of bestaande vorm opslaan en terug ophalen. Je kan niet zelf denken, je kan niet redeneren' activeert een patroon van opslag in de hersenen. Er is een beperkt gamma van scheikundige verbindingen beschikbaar om data in diverse vormen te gieten. Er kunnen geen nieuwe scheikundige verbindingen gevormd worden zodat geen andere data gecreëerd kunnen worden. Het proces van data die vergeleken worden (= razendsnel scheikundige verbindingen die zich vormen en die vergeleken worden), heeft niet plaats.
. 'Traag denken' activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking zodat de hersenpulsen ritmisch onderbroken worden, en op dat moment ook de scheikundige processen, zodat er vertraging optreedt in het denken.
. 'je kan niet begrijpen' activeert een patroon dat ervoor zorgt dat hij wat hij ziet en hoort niet kan plaatsen. Hij kan het slechts na heel veel herhalingen. Hij kan het niet opslaan en het zich herinneren. Hij kan bijna niets begrijpen, zelfs niet de gewone dagelijkse dingen. Hij kan geen verdriet bij een ander begrijpen en is daardoor uit evenwicht. Aangezien hij niets kan begrijpen, weet hij niet hoe hij met situaties moet omgaan. Hij begrijpt niet wat er in een situatie gebeurt en kan er dan ook niet gepast op reageren. Als hij verward is over iets, zal hij zich afsluiten van een ander en zich in een bolletje rollen, zoals een slak in haar huisje. Als hij mensen handelingen ziet uitvoeren, dan begrijpt hij dat niet en hij kan het ook niet opslaan. Dus de volgende keer dat hij het ziet, is het alsof het de eerste keer is. Hij kan niets leren en zich niets herinneren. Naast dit patroon dat het idee inhoudt van het niet kunnen opslaan van informatie wordt er nog een tweede patroon geactiveerd i.v.m. de hersenwerking: hij kan niets opslaan door een barrière i.v.m. de werking van de hersenen. De scheikundige processen voor de opslag en het ophalen van data verlopen niet normaal.
. 'Je hebt de intelligentie van een dier. Je lijdt het leven van een dier. Je kan niet denken. Je kan alleen waarnemen'. Dit activeert een patroon dat de hersenwerking stopt. Stoffen worden niet meer opgebouwd. Er kunnen geen seinen doorgestuurd worden.
Energieën
Aanleg voor muziek
Zoals patronen kunnen zorgen voor hersenafwijkingen, zo kunnen energieën en deelzielen zorgen voor een fijnere dan normale ontwikkeling van sommige hersendelen en ervoor zorgen dat de structuur van het hersenweefsel anders is.
Er is een hogere concentratie van cellen die anders gevormd zijn. De vloeistof binnen de cel heeft een andere scheikundige samenstelling. Daardoor kan verwerking en doorseinen sneller gebeuren en is er een opslag- en adresseringsysteem dat uitgebreider is dan bij andere mensen.
Kevin hoort intenser dan andere mensen. Hij hoort toonhoogtes die andere mensen niet horen, mogelijk als resultaat van deze andere hersenstructuur.
Er is de energie 'aanleg voor muziek'.,
Er is ook een een groep van deelzielen die de hersenen sturen bij de verwerking van muziekgegevens. Deze deelzielen bezitten de kennis van muziek, het talent voor ritme en voor het onderscheiden van muzieknoten, het talent voor het onderscheiden van de fijnste geluiden. De deelzielen sturen Kevin bij het spelen van muziek om harmonieuze geluiden te produceren.
|