Voorbeeld van patronen van borderline
Ellen, een 25-jarige vrouw met de diagnose 'borderline persoonlijkheidsstoornis'.
Op 14-jarige leeftijd begonnen voor Ellen de eerste problemen. Ze had een sociale fobie, was heel teruggetrokken, had last van stemmingswisselingen, intens verdriet en depressieve gevoelens.
Na het ondergaan van testen werd op 25-jarige leeftijd de diagnose van borderline persoonlijkheidsstoornis gesteld met een gevoel van verveling, chronische depressie, impulsiviteit, alcoholmisbruik, sterk wisselende stemmingen, slaapstoornissen, antisociaal gedrag, boosheid, geen toekomstperspectief, met kenmerken van ADHD en HSP (Hyper Sensitive Person).
Patronen
Patronen voor stemmingswisselingen
Een patroon bevat een formule van een bepaalde scheikundige stof A. Deze stof A wordt normaal gezien opgenomen via de voeding of wordt door het lichaam opgebouwd. Het patroon zorgt ervoor dat deze stof A niet wordt niet opgebouwd. Daarenboven vinden er abnormale scheikundige processen plaats, die de al aanwezige stof A vernietigen. Stoffen die in het lichaam aanwezig zijn en waarvan de formule ook in het patroon zit, reageren met deze stof A en vernietigen deze stof A. Als resultaat van deze reactie ontstaat een stof B. Deze stof B gaat een reactie aan met stoffen in de (hersen?)-cel die de cel nodig heeft. Daardoor worden bestanddelen in de cel vernietigd.
Een stof C waarvan de formule in het patroon vermeld wordt, wordt te traag opgebouwd. Scheikundige reacties verlopen te traag, waardoor de stof C niet voldoende aanwezig is in de cellen. Deze stof kan ook via de voeding worden opgenomen. Maar een scheikundige reactie zorgt ervoor dat deze stof die aangevoerd wordt, vernietigd wordt, waardoor ze niet kan opgenomen worden door de cel. Doordat deze stof C niet aanwezig is in de cel, kunnen andere processen niet gebeuren.
Patronen voor depressie
’Je moet lijden, je mag niet gelukkig zijn, je mag geen geluk vinden, er moet een intens gevoel van triestheid zijn’. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking: een stof in de hersenen wordt niet of gebrekkig gevormd. Er bevindt zich een formule van de betreffende scheikundige stof in het patroon.
Andere patronen:
• Intens lijden, intens verdriet, intense pijn.
• Een zeer rot, ondraaglijk gevoel.
• Zich ellendig voelen, verscheurd zijn.
• Het niet meer zien zitten, in het diepste emotionele dal zitten.
Patroon voor een hevige agressie, het gevoel van een ontploffing in het lichaam
Het leven gaat zijn gangetje, alles is rustig, Ellen is rustig. En dan is er een kleine onrust, en 'voem', er komt een radicale omslag. Ellen wordt heftig in haar manier van doen. Ze krijgt een hevig geagiteerd gevoel, ze gaat hevig babbelen en wordt manisch. Dit patroon activeert een tweede patroon met als inhoud: een proces op een bepaalde plaats in de hersenen wordt radicaal gestopt. Er komt een blokkering van een zone in de hersenen. De processen die normaal door die zone uitgevoerd worden, worden overgenomen door andere delen van de hersenen. Deze zijn daar echter niet 100% voor geschikt en worden overbelast. Er ontstaat een verhoogde werking en een verhoogde elektrische spanning en activiteit. Om deze spanning tegen te gaan wordt een stof geproduceerd die er normaal gezien niet is. Er is een abnormale scheikundige werking. Dit resulteert in het gevoel van een ontploffing in gans het lichaam en hevige gevoelens van agressie en controleverlies over de eigen persoon.
Patronen voor alcoholisme
• Je moet je rot drinken. Je moet drinken tot je niet meer kunt, tot je verdoofd bent. Zodra er een zekere hoeveelheid alcohol in het bloed is (deze hoeveelheid is aangegeven in het patroon), wordt er iets afgesloten in de hersenen waardoor denkprocessen geblokkeerd worden en ze nog kan handelen maar niet meer kan waarnemen wat er gebeurt.
• Je weet geen weg met jezelf. Drinken is de enige oplossing, drinken zal jou kalmeren.
• Je bent eenzaam en alleen. Als je drinkt, voel je je beter. Alcohol is de enige oplossing.
• Je moet drinken, je kan niet stoppen. Drink, drink je te pletter. Zodra je één druppel alcohol smaakt, ben je verkocht en drink je, drink je, tot je verdoofd bent en tot je niet meer weet wat je doet. Dan ben je verheven boven jouw problemen. Dan ken je de uiterste gelukzaligheid. Want dan leef je nog wel, maar je ontsnapt aan alle pijn en je kent alleen gelukzaligheid. Drinken is de weg naar gelukzaligheid en verlost zijn van alle problemen en pijn en eenzaamheid. Dit patroon activeert een tweede patroon op de hersenwerking dat ervoor zorgt dat ze geestelijk verdoofd wordt. De bloedtoevoer naar de hersenen vermindert, er gaat te weinig zuurstof naar de hersenen, de hersenwerking vertraagt en ze komt in een toestand van trance terecht.
• Zuipen, zuipen, zuipen.
• Je moet drinken.
• Drink, drink, drink.
• Je moet drinken en je moet je aanstellen. Je moet opvallen, je moet herrie schoppen, je moet je laten opmerken.
• Je bent niet alleen als je drinkt. Het bier is jouw gezel, het bier schenkt jou warmte, troost en steun.
• Gezelligheid, bier, gezelligheid, bier, vertrouwen, bier, gezelschap, bier, vreugde, bier, gedeelde vreugde, bier, opgenomen worden en aanvaard worden, bier, erbij horen, bier, niet alleen zijn, bier, genieten, bier, vrijheid, bier, alles loslaten, bier, betovering, bier, bevrijding, bier, waarde hebben, bier, vrienden hebben, bier, geliefd zijn, bier, in de smaak vallen, bier, bewonderd worden, bier, tof zijn, bier.
• Je moet jouw troost zoeken in het bier.
• Je moet drinken tot het einde, alleen in het einde vind je troost.
• Als je je alleen en eenzaam voelt, dan kan alcohol je pijn verzachten.
• Een drang naar bier, een verlangen naar bier. Aan bier denken, niet kunnen stoppen met aan bier te denken tot het bier er is. Hevig verlangen naar bier, nerveus worden, steeds meer verlangen naar bier, hevig nerveus worden, het verlangen moet bevredigd worden. Het verlangen naar bier en de nervositeit wordt ten top gedreven. Een razend, ondraaglijk verlangen naar bier. Een razende nervositeit. Muren en deuren willen openbreken om aan bier te geraken. Het huis uitvluchten en alles in het werk stellen om bier te vinden. Zodra het bier gedronken wordt, komt een rust. En dan meer, en dan meer, en dan meer, tot verdoving en totale bevrediging.
• Één pintje smaakt naar meer.
• Je moet beginnen en niet meer stoppen, drink tot de ultieme bevrediging.
• Het kan nog meer, je kan nog meer drinken. Eén is niet genoeg, er kan nog bij. Hoe verder je gaat, hoe beter het smaakt. Verlangen naar grote hoeveelheden tot de opperste bevrediging.
• Je moet je te pletter drinken, je moet je zat drinken. Alleen in zatheid bereik je de opperste bevrijding.
• Als je verdriet voelt, kan drinken je pijn verzachten.
• Je bent alleen, niemand houdt van jou. De drank zal jou troosten en jouw pijn verzachten.
• Onrustig worden. Gezogen worden naar drank, gezogen worden naar een café. Moeten drinken, zo niet wordt de onrust ten top gedreven. Enkel drinken ontlaadt de onrust. Je moet naar buiten, je moet naar de alcohol.
• Zich te pletter drinken, drinken tot een black-out.
• Angst voor alcohol, angst om te drinken.
• De alcohol overheerst jou, de alcohol heeft macht over jou. Je bent weerloos tegenover de alcohol.
• Alcohol beheerst jouw leven. Je bent weerloos, je kunt geen enkele weerstand bieden.
• e.a.
Patronen voor slaapstoornissen
• Iets in de hersenen houdt haar wakker. Een signaal of een stof in de hersenen zorgt ervoor dat het normale slaapproces niet start.
• Een eerste patroon: 'je kan niet slapen, je mag geen rust vinden, je moet lijden', activeert een tweede patroon dat het slaapproces verstoort. 'Het metabolisme wordt niet voldoende vertraagd. De tijdsklok die normaal dag- en nachtritme aangeeft, krijgt geen indicatie van de start van het nachtritme. Een stof die normaal wordt geproduceerd om de slaap op te wekken, blijft afwezig en Ellen blijft wakker'.
• Wakker, alert!
• Het is nog geen tijd om te slapen, de slaap komt niet voor x-uur.
• Slaap nog niet.
• Blijf nog wakker. Je moet nog denken, je moet nog de dingen overdenken. Je bent nog niet klaar met je dag. Je dag is nog niet ten einde.
• Je hebt genoeg geslapen. Alert nu, wakker nu (zorgt ervoor dat ze 's nachts wakker wordt na een zekere tijd of na een aantal slaapcyclussen).
• Je mag de nacht niet doorslapen, er is onderbreking.
• Je wordt vroeg wakker.
• Je slaapt niet goed.
• Processen in de hersenen zorgen ervoor dat ze 's nachts wakker wordt en te vroeg wakker wordt.
• Zodra ze in bed gaat, ontstaat een nervositeit, een onrust, een dwang om te denken, en een proces in de hersenen wordt op gang gebracht: er wordt een stof geproduceerd die haar wakker houdt.
• Nervositeit, onrust, denken, draaien en keren, wakker.
• Als je blijft bewegen, dan blijf je wakker.
• Je mag nog niet inslapen. Je moet nog wakker blijven. Draai je nog eens om wakker te blijven.
Patronen voor sociale fobie, verlegenheid, onzekerheid, angst, geslotenheid
• Een enorme angst die haar overvalt bij contact met iemand, die haar dwingt om te zwijgen en zich terug te trekken, zich op te sluiten, ja te knikken en onderdanig te zijn.
• Je wordt veertien, je wordt volwassen, je moet nu in het leven staan. Een enorme angst die haar overvalt en die haar dwingt om zich totaal in zichzelf op te sluiten.
• Je bent veertien, je mag niet meer leven. De speeltijd is voorbij, je mag niet meer gelukkig zijn. Nu komt de harde tijd.
• Je bent het niet waard dat je leeft. Je kunt je beter afzonderen, zwijgen, je verbergen.
• Je hebt geen waarde voor een ander. Je bent een last in de buurt van een ander. Je bent een niemendal, een niets. Maak je klein voor anderen, zorg dat je hen geen enkele last oplegt. Je bent gedienstig en doet wat ze van je willen, je hebt geen rechten. Denk aan je plicht.
• Je bestaat niet, je hebt geen waarde. Je bent niet belangrijk, je telt niet mee. Je bent onzichtbaar.
• De anderen zijn belangrijk. Jij bent van geen tel.
• Een angst dat een ander haar zal veroordelen en haar raar zal vinden.
• Angst in de buurt van anderen, en een nog grotere angst als ze met iemand alleen achterblijft. Totaal niet meer weten hoe zich te gedragen.
• Niet durven spreken in gezelschap van mensen, alleen als ze luidruchtig praat en moppen tapt kan ze die situatie aan.
• Zich niet durven uiten bij mensen. Verlegen zijn, onzeker zijn.
• Angst bij mensen.
• Mensen zijn vreemd. Zich onwennig voelen bij mensen, zich uitbundig en opvallend gaan gedragen om die onwennigheid te onderdrukken.
• Angst, mensen, angst, mensen, angst.
• Één persoon, angst, één persoon, angst, één persoon, angst.
• Angst om hoe ze overkomt bij mensen. Wat zullen ze denken, hoe zullen ze mij inschatten? Zullen ze van mij houden? Hoe moet ik mij gedragen zodat ze van mij houden?
• Niet durven spreken. Zwijgen om geen fouten te maken, om niet op te vallen.
• Blozen als iemand haar aankijkt en angst om te blozen.
• Je weet niet hoe je je moet gedragen.
Patronen voor faalangst (in het dingen doen en in contact met mensen)
• Ik kan het niet.
• Ik zal falen.
• Ik zal mislukken.
• Het zal niet lukken, ik zal het niet kunnen.
• Ik heb geen waarde.
• Niemand vindt mij leuk.
• Ik zal niet in de smaak vallen.
• Hoe zullen ze over mij oordelen?
• Ze zullen mij niet aanvaarden.
• Ze mogen mij niet.
• Ik ben niet goed genoeg. Een ander is beter, ze zullen een ander kiezen.
• Ik ben minder dan een ander, een ander kan het beter.
• Je kunt het niet, je bent dom, je bent onhandig, je bent niet bekwaam.
• Jij zult niet lukken, de anderen wel. Zich vergelijken met anderen. De anderen in het oog houden.
• Willen opvallen, willen in het oog springen uit faalangst.
• Angst om iets verkeerd te doen.
• Het niet doen uit angst om het niet goed te doen
• Jij doet het niet goed.
• Zal ik het goed doen?
• Twijfel en onzekerheid terwijl ze iets doet en daardoor de dingen stuntelig doen.
• Weten dat ze dingen stuntelig doet en daardoor faalangst.
• Jij bent niets waard.
• Jij kunt het niet.
• e.a.
Patronen voor impulsiviteit
• Je moet het doen, doe maar.
• Het is zeker goed, doe maar.
• Je moet niet nadenken, doe wat je denkt.
• Vlieg erin.
• Je moet niet lang nadenken, dat is tijdverlies, neem actie, doen.
Patronen voor hevig piekeren
• Zal het lukken?
• Zal er iets gebeuren?
• Angst, angst, angst. Er zal iets gebeuren, het zal niet lukken.
• Wat zal er met mij gebeuren, hoe zal het aflopen?
• Je moet je zorgen maken.
• Neem het niet te gemakkelijk, zorg dat je het nooit vergeet. Blijf waakzaam, houd het in het oog.
• Angst.
• Erover nadenken.
• Piekeren. Blijven denken, het niet loslaten, gecombineerd met angst, een zorgelijk gevoel, denken, denken, zich vragen stellen, angst.
• Zich eenzaam en alleen voelen en daarover piekeren.
• Geen geld hebben en daarover piekeren.
• De auto in de prak rijden en daarover piekeren.
• Ruzie met de vader maken en zich daarover schuldig voelen en daarover piekeren.
• Fouten maken en daarover piekeren.
• Zich opvallend gedragen en achteraf daarover piekeren.
• Zich rot voelen en daarover piekeren.
• ............
Patronen voor prikkelbaarheid
• Ze doen verkeerd, de sullen.
• Wat doen ze nu weer.
• Ze ergeren me, ze jagen me op stang.
• Ik kan ze niet meer hebben.
• Een gevoel van ergernis en boosheid dat opkomt bij veel gedragingen van anderen.
• Ze kunnen het niet goed doen, en een gevoel van ergernis.
• Weten ze nu nog niet hoe het moet.
• Wat een onhandige mensen, wat een minderwaardige sullen. Kijk eens hoe ze dat doen, wat doen ze nu weer.
• Geërgerd zijn bij ongeveer alles wat een ander doet, of bij het minste dat een ander verkeerd doet.
• Ze doen alles verkeerd.
• Een ergernis als iemand iets onhandig of niet snel genoeg doet.
Patronen voor intens verdriet
• Verdriet! Verdriet! Verdriet! Je verzinkt in verdriet, je voelt alleen verdriet. Je bent omgeven door verdriet, je bent alleen verdriet.
• Een intens, intens verdriet. Zich zo rot en zo ellendig voelen. Een niet te dragen verdriet.
• Er is alleen verdriet, er is niets anders. Er is geen ander gevoel, er is alleen verdriet.
• Het verdriet overspoelt je, je kunt er niet overheen (over het verdriet).
• Je moet verdriet voelen.
Patronen voor nervositeit
• Je bent niet rustig.
• Je loopt heen en weer.
• Het gevoel van gejaagdheid en nervositeit dat ze heeft.
• Je kan niet stilzitten, je moet bewegen.
• Je jaagt je op.
• Het moet snel gaan. Opjutten van anderen om snel vooruit te gaan.
• Niet rustig kunnen blijven, gejaagd vooruit willen.
• Een nerveus gevoel dat er bijna chronisch is, dat ze bijna onafgebroken meedraagt.
• Nerveus worden bij het gedrag van anderen, bij kleinigheden waaraan ze zich stoort.
• Heel nerveus worden als ze geen doel heeft, als ze zich verveelt.
• Heel nerveus worden als iets niet snel gaat.
• Luisteren is een marteling. Je moet ze niet aanhoren. Een enorm nerveus gevoel dat opkomt.
• Zich nerveus voelen bij ongeveer alles wat gebeurt, vooral bij iets nieuws en onbekends.
• Nerveus! Nerveus! Nerveus! Nerveus!
• Je bent nerveus, je kunt niet wachten.
• Je moet wachten, en zich enorm nerveus voelen worden daarbij.
• Je moet drinken om je niet nerveus te voelen. Drank verzwakt je nerveus gevoel. Drink om aan het nerveus gevoel te ontsnappen.
• Heel nerveus worden als ze verlangt naar drank en als die er niet is.
Patronen voor een gevoel van verveling en dat alles en iedereen even snel verveelt en om niets graag te doen
• Er is niets dat boeiend is, alles is vervelend.
• Je kan niet lang je aandacht houden, het is niet interessant.
• Het leven is één aaneenschakeling van verveling. Er is niets dat interessant is in het leven.
• Alles is saai, alles is vervelend, alles is altijd hetzelfde, alles is altijd dezelfde sleur. Niets is anders, je moet hetzelfde doen, saai, je moet herhalen, saai, je moet het nog eens doen, saai, je hebt het al gehoord, saai, je kent dat al, saai, je hebt dat al geleerd, saai, er is niets nieuws, saai.
• Een gevoel van saaiheid krijgen bij mensen, een gevoel van eentonigheid en verveling krijgen bij bijna alle mensen.
• Een gevoel van saaiheid krijgen bij bijna alles wat ze doet en alles wat er gebeurt. Dit gevoel ontvluchten door drank, want bij drank heeft ze dit gevoel niet.
• Niet kunnen luisteren. Luisteren zeer saai vinden, want wat gezegd wordt komt van oninteressante, saaie mensen, zonder diepgang, met alleen oppervlakkigheid. Oppervlakkigheid is saai, alleen diepgang en speciale zaken zijn niet saai.
Patronen om niet naar anderen te kunnen luisteren
• Je moet niet luisteren, het is niet interessant.
• Jij moet aan bod komen.
• Je moet de anderen wegduwen, ze moeten naar jou luisteren. Je moet zo snel mogelijk weer aan bod komen. Het gevoel van gehaastheid om weer aan het woord te komen is ook in het patroon aanwezig.
• Luisteren is een marteling, luisteren is een ondraaglijk iets, ontvlucht het. Een hevig gevoel van nervositeit en het gevoel van er te willen aan ontsnappen.
• De aandacht gaat weg zodra ze moet luisteren en ze gaat automatisch in haar eigen gedachten zitten.
• Je kan niet luisteren, het is inspannend, je kan het niet. Ga naar je eigen gedachtewereld, die is tenminste interessant.
• Een gevoel van weerzin voor iemand als iemand aan het woord is, vooral als die persoon iets vertelt wat haar niet interesseert. Die persoon zo snel mogelijk de mond snoeren en als dat niet lukt, afwezig worden, in haar eigen wereldje gaan zitten, tonen door gewriemel dat het haar niet interesseert om de persoon die spreekt te kwetsen.
• Een dwang om haar aandacht los te trekken van wat gezegd wordt als ze moet luisteren. Als ze dat niet kan, als ze dus moet luisteren, dan wordt ze hevig nerveus, krijgt ze het gevoel dat ze gek wordt, staat ze hevig onder spanning en moet ze weg kunnen.
• Hevig nerveus worden bij moeten luisteren.
Patronen om onafgebroken te denken
• Denk, denk, denk. Een dwang om te denken.
• De gedachten staan nooit stil, de gedachten moeten bewegen. Je moet steeds aan iets anders denken.
• Er zijn honderden gedachten. Je moet ze allemaal koesteren, ze zijn allemaal belangrijk. Je mag geen enkele gedachte verliezen.
• Steeds bezig zijn in gedachten, er is nooit een moment van niet bezig zijn.
• Denken, denken, denken, denken, denken ....
• Je moet denken, je mag nooit zonder een gedachte zijn. Creëer gedachten, onafgebroken. Er mag nooit een hiaat zijn, er moet ongebroken denken zijn.
Patronen om weinig liefde te krijgen
• Je bent niet geliefd.
• Niemand wil jou.
• Niemand houdt van jou.
• Jij bent niet gewenst.
• Ze moeten jou niet.
• Je wil jezelf benadrukken, dat drijft de anderen van jou weg.
• Je kan geen liefde vinden.
• Er is niemand.
• Er is geen liefde.
• Ze mijden jou.
• Je trekt niet aan, je stoot af.
• De andere kinderen zijn beter.
• Jij stoot meer af dan anderen, de anderen mijden jou.
• Elke vriendschap stopt. Een vriendschap die begint breekt weer af. Geen enkele vriendschap blijft lang duren. Elke relatie stopt.
• Er is geen echte vriendschap, er is geen echte warmte. Het is schijnwarmte, het is schijnliefde, het is schijnvriendschap. Er is geen echte steun, ze geven niet echt om jou, jij geeft niet echt om hen. Het is oppervlakkige vriendschap, de gevoelens zijn niet diep.
• Je kan geen echte vrienden vinden. Je trekt op met mensen om niet alleen te zijn maar er is geen warmte uit het hart, er is alleen schijn.
• Jouw vader onderdrukt jou, je hebt geen rechten. Jouw vader belemmert jou, je wordt geremd in je ontwikkeling door je vader.
• Je wordt aan je lot overgelaten, je krijgt geen hulp, geen steun.
• Niemand wil jou echt, mensen tolereren jou.
• Je jaagt de anderen op stang.
• Geen enkele liefde blijft duren, elke liefde stopt.
• Er zijn geen hechte, bindende gevoelens in een relatie.
• Een relatie gaat gepaard met verdriet en strubbelingen.
• De ander is jaloers, jij bent jaloers.
• Er is geen ware vriendschap, je bent alleen.
• Je staat alleen in het leven, er is geen steun. Je moet in alles je eigen plan trekken, je moet het alleen rooien.
• Er is geen aandacht, er is geen liefde. Niemand luistert, niemand ondersteunt.
• Je wilt de aandacht trekken om liefde te krijgen, maar er is geen liefde. Een ander is blind en onverschillig voor jou verdriet en pijn.
• e.a.
Energieën (zijn verantwoordelijk voor positieve eigenschappen)
Ik zal mensen die betekenis hebben voor mij altijd beschermen en verdedigen
. Er is een energie die begrip voor anderen inhoudt, warmte voor anderen. Deze energie zorgt ervoor dat zij anderen wil helpen, zich wil inzetten voor anderen, dat zij belangloos iets kan doen voor anderen, dat ze kan geven.
. Er is een deelziel om in de bres te springen voor anderen en het op te merken als een ander problemen heeft. Deze deelziel zorgt ook voor goedheid, willen dingen creëren voor anderen.
Ik verdedig de zwakkeren
. Er is een energie om op te komen voor anderen, het weten als mensen zichzelf niet kunnen helpen en er energie in stoppen om ze vooruit te helpen. De energie zorgt ook voor begrip voor moeilijke situaties van anderen.
. Een deelziel zorgt voor een grote kracht, dingen in beweging kunnen zetten, het roer in handen nemen om dingen voor anderen te bewerkstelligen, willen helpen.
Ik ben niet discriminerend t.o.v. mensen
. Er is een energie van liefde. Iedereen is gelijk, iedereen kansen willen geven. Alles en iedereen staat op gelijk niveau.
Ik ben eerlijk en rechtuit
. Er is een energie van eerlijkheid, om de dingen onverbloemd voor te stellen, een kracht om de dingen te zeggen zoals ze zijn. Deze energie staat ook voor respect voor anderen, anderen correct willen behandelen.
Ik ben rechtvaardig
Er is een energie om iedereen gelijk te oordelen. Iedereen heeft evenveel rechten, alles en iedereen moet dezelfde kansen krijgen. De zwakkeren moeten meer kansen krijgen, de zwakkeren bevoordeligen t.o.v. van de sterkeren om gelijkmatigheid te bekomen.
Een deelziel houdt de touwtjes in handen en ziet toe dat iedereen gelijk bedeeld wordt, dat iedereen uiteindelijk evenveel heeft.
Als ik een doel heb waar ik achtersta, kan ik mij volledig geven en doorgaan
. Er is een energie van creatie, volgehouden creatie, wilskracht. Het doel voor zich zien en er naartoe gaan. Doorbijten, het doel niet opgeven tot het doel bereikt is.
. Deelziel: een doel creëren en eraan vasthouden, het leven aangenamer maken door een doel te stellen, het doel voor ogen hebben en alleen ophouden als het doel bereikt is.
Ik kan doorbijten in iets, ik kan vechten voor iets
. Er is een energie van wilskracht, van niet opgeven, tot het uiterste gaan. Alle inspanningen bundelen, het doel nooit uit het oog verliezen, alle krachten verzamelen en met grote kracht blijven handelen.
. Er is een deelziel van grote kracht, grote moed, voortvarendheid, wilskracht. Ook doorzicht in de te nemen acties om iets tot een goed einde te brengen. Van koers veranderen indien nodig. Volharding, tot het uiterste gaan. Alle nodige acties nemen om te slagen, handelen met grote kracht.
Ik neem verantwoordelijkheid voor mijn job
. Er is een energie om eerlijk te zijn, dingen goed te willen doen. Ook willen vooruitkomen, willen rechtvaardig zijn tegenover de werkgever, correct willen handelen, willen presteren, voor iedereen rechtvaardig en goed willen doen.
. Een deelziel zorgt ervoor dat Ellen dingen kan organiseren, dingen kan ordenen. Door de deelziel dingen ordelijk doen, dingen nauwgezet doen, correctheid in het uitvoeren van werk, verantwoordelijkheidsgevoel.
Ik heb talent om te leiden, om te organiseren
. Een energie zorgt voor inzicht in hoe de dingen verlopen, inzicht in hoe de dingen moeten aangepakt worden, zien wat er gebeurt, een overzicht hebben van het geheel en elk deel in het geheel kunnen plaatsen. Door de energie is er inzicht in wat er eerst moet gebeuren vóór het andere, inzicht hoe de dingen in mekaar zitten. Ook: heel goed verhoudingen tussen mensen voelen en daarop inspelen, kracht, leiding geven, steun geven, taken uitdelen en verder opvolgen. Ook autoriteit hebben, sterk staan, zelfzekerheid, het vertrouwen van mensen kunnen winnen.
. Deelziel: leiding nemen, inzicht in hoe het moet, taken uitdelen en opvolgen.
Ik kan mij snel aanpassen aan het soort werk dat men mij geeft, ik kan zowat elk soort werk doen
. Een energie zorgt voor een inzicht in dingen, zorgt ervoor dat ze snel dingen kan begrijpen. Deze energie staat ook voor aanpassingsvermogen, kunnen loskomen van vaste regels en handelswijzen en kunnen overgaan naar andere regels en handelswijzen. Ook snel opnemen van dingen, snel doorzicht, heel snel iets kunnen leren.
. Een deelziel heeft inzicht in dingen, kennis, weten, begrijpen. Door de deelziel weten hoe te handelen, snel leren, onmiddellijk kunnen opnemen van iets dat voorgedaan of uitgelegd wordt en onmiddellijk kunnen uitvoeren. Deze deelziel weet veel over diverse gebieden.
Ik heb mijn eigen standpunten en ideeën en ik blijf daar ook voor ijveren
. Er is een energie om te weten wat goed is, te weten wat rechtvaardig is, te denken ten gunste van het algemeen belang. De energie zorgt voor inzicht in zaken, kunnen begrijpen van zaken door uit het gezichtspunt van een ander te kijken, kunnen meeleven. Ook: vechten voor het algemeen belang, inzicht in anderen, heel zeker zijn van eigen juist inzicht en zich door niets of niemand laten beïnvloeden, heel sterk staan in standpunten, heel sterk staan tegenover anderen in zaken waar rechtvaardigheid belangrijk is.
. Er is een deelziel die Ellen doet opkomen voor het goede. Door de deelziel heel sterk daarin staan, zich door niets of niemand laten afleiden.
Ik kan snel dingen begrijpen
. Een energie voor snel inzicht, de dingen weten, veel dingen weten op veel gebieden. Snel gevolgtrekkingen kunnen maken, snel kunnen afleiden, snel kunnen handelen op basis van het onmiddellijk verkregen doorzicht.
. Dankzij een deelziel kan zij bij de dingen die ze waarneemt onmiddellijk inschatten wat ze zijn. Redeneren over dingen, denken, conclusies trekken en tot inzicht en weten komen.
Ik kan snel memoriseren
. Er is een energie die de hersenen voedt, een energie die de hersenen ondersteunt bij de processen van opslag van data in de hersenen (en afwezigheid van patronen die de opslag vertragen).
. Er zijn deelzielen die onthouden, die onmiddellijk elk gegeven in zich opnemen en kunnen reproduceren.
. Een andere deelziel voegt een energie toe aan de hersencellen, voedt de hersencellen.
Ik ben verbaal erg sterk, ik kan me zeer goed uitdrukken. Ik kan zeggen wat ik te zeggen heb met de juiste woorden en de juiste argumentatie. Ik kan me direct uit dingen praten. Ik beschik over een snelle denkwijze.
. Hiervoor is een energie verantwoordelijk die woordenkennis heeft en inzicht in woorden. De energie zorgt voor het harmonisch samenbundelen van woorden tot een klinkend geheel, voor spelen met woorden. Dankzij deze energie heeft Ellen een grote woordenkennis, kan ze sterk overkomen door de juiste woorden te bundelen, heeft ze inzicht in taal, inzicht in taalstructuur.
. Er zijn deelzielen voor de kennis van woordenschat, om woordenschat te onthouden. De deelzielen zorgen voor kennis en onthouden van taalstructuur, het juiste inzicht hebben om de woorden te kunnen bundelen tot een klinkend geheel.
Ik heb gevoel voor talen
. Er is een energie voor het inzicht in de structuur van een taal. Door de energie heel snel de juiste woorden uit de hersenen ophalen, de logica kennen om woorden opgehaald uit de hersenen juist te bundelen. Een gevoel voor wat het juiste woord is.
. Er is een energie die toegevoegd wordt aan de hersenen zodat woorden zeer snel kunnen worden opgeslagen. Snelle opslag in de hersenen van de taalregels, de grammatica. De taalregels worden ook in deze energie vastgehouden.
. Een deelziel heeft controle over de opslag en het ophalen van woorden in/uit de hersenen. Deze deelziel heeft controle over de combinatie van woorden en heeft kennis van de taalstructuur en heeft controle over het opslaan en ophalen van deze gegevens in/uit de hersenen.
Ik heb feeling voor muziek
. Er is een energie waardoor ze heel fijngevoelig is voor klanken en de juiste klanken tot een harmonisch geluid kan samenvoegen. Hierdoor kan ze zich de combinatie van klanken voorstellen vóór ze samengevoegd zijn. Zich het ritme kunnen voorstellen vóór het er is, zodanig dat vanuit deze voorstelling de juiste klanken en ritme ontstaan. De energie bevat een verzameling van klanken en een verzameling van ritmes.
. Een deelziel leidt en stuurt bij de vorming van de klanken en het ritme. Ze heeft inzicht in klanken en ritme en stuurt de hersenen om de klanken en het ritme op te slaan en op te halen.
Ik houd heel veel van dieren
. Er is een energie van liefde, warmte, versmelten met dieren, zich goed voelen bij dieren. Een energie die zorgt voor een band met dieren, een eenvoudig contact met dieren, ontvangen van liefde van dieren, wederzijds begrip tussen haar en de dieren.
Ik heb een goed inzicht in mezelf
. Er is een energie om zichzelf waar te nemen, zichzelf te beoordelen, het eigen gedrag te beseffen.
|