Behandeling op afstand:
Voor de mensen die veraf wonen kan de behandeling starten na een telefonisch contact of een contact via webcam. Je kunt ook een filmpje van jezelf opsturen.

Voorbeelden van patronen van dyslexie

Voorbeelden van patronen van dyslexie bij vier verschillende personen

Persoon 1

• 'Je hoort niet wat gezegd wordt, je hoort iets anders'. Dit patroon zorgt ervoor dat geluiden in het gehoororgaan vervormd worden.

• Een patroon heeft als inhoud klanken en geluiden en de manier waarop ze waargenomen worden. Dit zorgt ervoor dat klanken en geluiden vervormd waargenomen worden.

• Je mag niet lezen.

• Geen onderscheid kunnen zien tussen letters, een groep letters neemt hij waar als één blok. Van een letter apart kan hij niet duidelijk de omtrekken waarnemen. Zo is bijvoorbeeld het verschil tussen 'm' en 'n', 'b' en 'p', 'o' en 'a' moeilijk te zien.

• Als hij een letter wil lezen, is er als het ware een barrière op zijn voorhoofd, zodat de gegevens niet kunnen doordringen naar de hersenen. Het proces om gegevens op te nemen stopt bij het voorhoofd.

• 'Je kunt geen letters zien'. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking waarbij de letter die hij denkt te lezen uit de hersenen wordt opgehaald. Deze letter is opgeslagen als een scheikundig gegeven.  Dit reageert met stoffen zodanig dat de letter vervormd wordt. Het opgehaalde gegeven wordt iets onbekends en creëert een bijkomende verwarring, zodanig dat een totaal andere letter gelezen of geschreven wordt. Als dit voor verschillende opeenvolgende letters gebeurt, krijgen we bizarre woorden.

• Hij ziet de ruimte tussen woorden niet. Bijgevolg zal hij woorden aan elkaar plakken. Hij verliest woorden, hij ziet ze gewoon niet. Van een reeks van drie woorden ziet hij bijvoorbeeld het eerste en het derde. Het tweede ziet hij niet. Dit patroon is niet in conceptvorm, zoals bijvoorbeeld 'je ziet geen ruimte tussen woorden', noch in beeldvorm. Als ik het patroon voel, dan weet ik echter wel de betekenis van de inhoud.

• Een neiging om twee letters tot één geheel te maken bijvoorbeeld 'kk' uit 'blokken' wordt 'k', 'nn' uit 'mannen' wordt 'n'.

• Je kunt geen letters schrijven.

• 'Je kunt niet schrijven'. Dit activeert een ander patroon: de letters zijn niet zichtbaar, de ogen zien niet hoe de letters geschreven worden. Er is een signaal vanuit de hersenen dat ervoor zorgt dat de handbeweging beïnvloed wordt tijdens het schrijven, zodat een verkeerde letter geschreven wordt.

• Je mag geen letters zien (de letters zijn vaag waarneembaar).
• De letters horen bij elkaar, alles is één blok, er is geen scheiding.

• Je mag geen woord zien. Een woord kan enkel vaag onderscheiden worden of is niet zichtbaar, een woord dat er staat niet zien, erover zien.

• Bij het zien van een letter of een woord, wordt een signaal naar de hersenen gestuurd zodanig dat de ogen beïnvloed worden en vaag waarnemen of iets anders waarnemen.

• 'Je maakt fouten, je kunt niet foutloos schrijven, er zijn altijd fouten'. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat opgehaalde data uit de hersenen reageert met een stof, zodanig dat de data vervormd wordt en er een fout geschreven wordt.

• 'Onzekerheid bij het lezen of schrijven. Een twijfel komt op bij het lezen of schrijven. Niet zeker zijn van de letters of de woorden. Het niet meer weten hoe iets geschreven wordt'. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat de hersenfuncties blokkeren bij het ophalen van data, zodanig dat er geen informatie uit de hersenen kan opgehaald worden, zodat hij het niet kan weten.

• De letters dansen, de ogen zien niet. Dit activeert een patroon waarbij een signaal naar de hersenen wordt gestuurd, zodat de ogen niet perfect waarnemen.

• Er doet zich een fout voor tijdens de omzetting van een letter in een scheikundig gegeven in de hersenen. Bij het leren over letters en woorden en taalstructuur worden vervormde data in de hersenen opgeslagen.

• 'Je kunt geen letters onthouden, je kan geen spelling onthouden'. Dit zorgt ervoor dat gegevens verloren gaan in de hersenen.

• 'Je kunt geen woorden vormen'. Dit zorgt ervoor dat er geen taalgevoel is, dat er geen automatisme komt nadat de regels over de samenstelling van woorden gedurende een tijd werden aangeleerd.


Persoon 2

• Je kunt geen letters onderscheiden (in een woord), je ziet één geheel.
• Alles is één blok.

• Geen scherpe omlijning kunnen zien. Een letter niet duidelijk afgebakend kunnen waarnemen, vaag waarnemen.

• De ogen zien niet, de ogen kunnen niet onderscheiden.
• Je kunt niet lezen, je kunt niet zien, je kunt niet schrijven .

• Je kunt niet lezen, je ziet de letters niet, het is al haperend. Je slaat stukken over, je ziet de woorden niet.

• De letters staan dicht tegen elkaar, je kan er geen onderscheid tussen maken.

• Een woord niet duidelijk kunnen zien, een tekst niet duidelijk kunnen zien. Als ze een tekst ziet, dan ziet ze sommige woorden niet en ziet ze andere woorden staan dan degene die er staan. De tekst wordt in de hersenen vervormd, het signaal dat door de ogen opgepikt wordt, wordt vervormd in de hersenen, zodat ze iets anders ziet.

• Je mag niet kunnen lezen, je moet dom zijn, je mag niet leren.

• Als ze een zin gelezen heeft, dan is ze dat onmiddellijk vergeten en leest ze de zin opnieuw.

• Geen woorden (of een aaneenschakeling van letters) van elkaar kunnen onderscheiden, zodat bijvoorbeeld het woord ‘blok’ door haar als ‘bolk’ wordt gezien.

• Geen inspanning willen doen als het leesniveau wat moeilijker wordt (moeilijke woorden slaat ze bijvoorbeeld over).

• ‘Je kunt het je niet herinneren’. Dit zorgt ervoor dat ze de woorden die ze leest niet meer kent en dan leest ze zomaar iets.

• De hersenen kunnen niet volgen. Als een tekst gelezen wordt, wordt er een signaal aan de hersenen gegeven waardoor de hersenwerking heel kort wordt onderbroken.

• Bij het verwerken van gegevens i.v.m. taal start in de hersenen een verkeerde scheikundige bewerking zodat data op een verkeerde manier in scheikundige verbindingen worden omgezet.

• Verkeerd interpreteren van een letter. Bij het zien van een letter wordt een signaal naar de hersenen gestuurd, waardoor de formule van de scheikundige codering van de letter veranderd wordt, zodat een andere letter wordt waargenomen.

• De hersenprocessen voor het omzetten van data in scheikundige stoffen werken willekeurig en volgen geen vaste formule, zodat er fouten optreden.

• Het niet kunnen onthouden van een woord. Ze houdt het woord in gedachten en als ze gaat schrijven, is ze het woord vergeten.

• Je kunt niet schrijven, je kunt geen letters vormen. Dit activeert een patroon dat de motoriek van de handen blokkeert zodat ze traag gaat schrijven en daardoor verliest ze woorden, want het schrijven kan het denken niet volgen.

• Tussen horen en schrijven is er een tijdsverloop. In dat tijdsverloop wordt in de hersenen de klank veranderd, zodat ze iets anders schrijft of sommige letters worden niet juist gehoord, vandaar het verkeerd schrijven.

• Je weet niet hoe je iets schrijft, dus schrijf je zo maar iets. Je denkt niet na, je kan niet nadenken. Je handelt impulsief, je schrijft zo maar het eerste het beste.

• Als ze leest is er vanuit de hersenen een sein naar de ogen, zodat het zicht even onderbroken wordt, en ze een andere letter ziet dan degene die er staat. De ogen nemen een letter vervormd waar.

• Haastig, snel, snel. Te weinig nadenken voor ze iets neerschrijft, willekeurig iets schrijven waardoor er fouten zijn.

• Je kunt geen taal leren, je kunt geen taal beheersen.
• Je mag geen letters kennen, je mag niet kunnen schrijven.
• Je hebt geen inzicht in taal, je kan geen spellingsregels onthouden.

• Niet kunnen nadenken als het op schrijven aankomt. De hersenprocessen die zich normaal voordoen bij het redeneren over taal, blokkeren.

• 'Je mag niet schrijven' in combinatie met een signaal naar de hersenen waardoor de processen om data op te halen tijdelijk onderbroken worden.

• Als ze een letter ziet of moet schrijven, dan wordt een signaal gestuurd naar een verkeerde locatie in de hersenen (waar een andere letter opgeslagen is) zodat foutieve data opgehaald wordt.

• Geen woorden kunnen onthouden, de aaneenschakeling van letters niet kunnen onthouden. In de hersenen wordt een verkeerde formule opgeslagen van hoe letters met elkaar verbonden worden (volgens de regels van een taal).

• Woorden niet correct kunnen inschatten. Woorden verkeerd begrijpen, woorden omdraaien, andere woorden horen.

• Er gaan woorden verloren in de zin. Woorden die elkaar niet opvolgen worden aan elkaar geplakt zodat een tussenliggend woord wordt weggelaten.

• Je kunt de woorden niet begrijpen (m.n. moeilijke woorden).

• Speciale klanken (ui, oe au, ...) sch, ch, ... niet kunnen begrijpen of niet juist horen en ze daarom omvormen tot een andere klank of een andere schrijfwijze, ze namelijk schrijven zoals je ze hoort.

• Als een klank gehoord wordt, dan wordt die opgezocht in de hersenen, maar als hij niet wordt gevonden, wordt een andere klank gebruikt.

• Niet weten wat te doen met lange woorden. Het geheel niet kunnen overzien en daarom woorden dwangmatig splitsen.  Een lang woord niet kunnen begrijpen, teveel letters aaneen niet kunnen begrijpen. Daarom moet een woord gesplitst worden.

• Als ze een woord ziet of hoort: twijfelen over de betekenis, het woord niet direct kunnen plaatsen, en het dan ook niet kunnen schrijven.

• Niet weten hoe ze iets moet schrijven, zich niet kunnen herinneren hoe ze iets moet schrijven. Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking: bij het ophalen van data worden hersenfuncties kort onderbroken, waardoor opgehaalde gegevens weer verloren gaan (ze is het weer vergeten) en waardoor ze iets anders schrijft.  Ofwel gebeurt er door de korte onderbreking een fout in de adressering van de locatie van een woord en wordt een ander woord opgehaald uit de hersenen.

• 'Je kunt het niet onthouden', activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking dat ervoor zorgt dat letters, woorden en spellingsregels niet worden opgeslagen in de hersenen. De hersenprocessen worden kort onderbroken zodat de informatie verloren gaat.

• Data worden normaal gezien omgezet in scheikundige gegevens en deze scheikundige verbindingen reageren met andere scheikundige stoffen en het eindproduct wordt in de hersenen opgeslagen. Een patroon zorgt ervoor dat de data in een verkeerde scheikundige vorm worden omgezet en daardoor reageren deze stoffen met verkeerde scheikundige verbindingen voor opslag zodat ze op een verkeerde locatie worden opgeslagen. Als een woord terug moet herinnerd worden, dan is het woord niet meer terug te vinden omdat het op een verkeerde locatie opgeslagen is. Vandaar dat woorden bij het lezen niet worden herkend en ook niet weten hoe ze woorden moet schrijven, omdat ze het zich niet kan herinneren. Het is alsof het om een nieuw woord gaat en dan schrijft ze zomaar iets.


Persoon 3

• De letters zijn aan elkaar geplakt. Er is geen afbakening tussen twee of meer letters. De letters worden als één blok waargenomen. De letters worden niet afzonderlijk waargenomen.

• Je kunt niet zien.
• De letters dansen.

• Een patroon vertroebelt de ogen: de ogen kunnen bij sommige letters niet scherp waarnemen. Er is een signaal in de hersenen dat het elektrische doorseinen naar de ogen over de zenuwbanen in stootjes doet verlopen, zodanig dat de letters anders worden waargenomen, aangezien de ogen niet onafgebroken waarnemen, maar met zeer kleine onderbrekingen. Daardoor is het moeilijk om letters die op mekaar lijken te onderscheiden.

• Bij het schrijven is er een hapering in de ogen (het doorseinen gebeurt opnieuw in stoten, met onderbrekingen) en in de motoriek: de handspieren worden geblokkeerd en verkrampt, met als resultaat het moeilijk en traag schrijven door een veranderde hersenwerking.

• Door de hapering in de ogen kan hij bij het schrijven de letters die al geschreven zijn niet meer juist zien. De letters die al geschreven zijn, worden één blok, zodanig dat hij niet daarop kan vertrouwen om de volgende letters te schrijven. Hij kan niet duidelijk waarnemen wat hij al geschreven heeft.

• De kennis van de vorm van de letters komt te traag door uit de hersenen: de hersenen vertragen bij het proces om informatie uit de hersenen op te halen, zodanig dat hij trager schrijft.

• Nog een geheugenblokkade: de letters komen niet naar boven uit de hersenen tijdens het schrijven. Vandaar heel erg twijfelen over de juiste letters.

• Een patroon zorgt ervoor zorgt dat hij stukken verliest die gedicteerd worden: hij hoort sommige delen niet. Hij denkt dat hij stukken al geschreven heeft die er nog niet staan. Hij hoort dingen die er niet zijn, zodat hij dingen schrijft die niet gedicteerd werden (deze gegevens zitten in beeldvorm in het patroon, niet in conceptvorm).

• Je moet fouten schrijven.

• ‘Het is niet zo, het is anders’. Dit doet hem tijdens het schrijven twijfelen over de schrijfwijze van een letter.

• Hij moet letters vervormen, hij moet een andere letter schrijven dan degene die het moet zijn (patroon in beeldvorm).

• Hij kan het geheel niet zien (patroon in beeldvorm).

• Hij kan niet onthouden. Hij kan de spelling van een woord niet onthouden. Hij kan de regels voor de schrijfwijze niet onthouden. Hij raakt erdoor in de war. Hij kan niet logisch denken i.v.m. taalregels. Dus schrijft hij de dingen zoals hij ze hoort.

• Als hij de regels moet onthouden of toepassen, is er een heel onaangenaam gevoel in zijn hoofd en blokkeert zijn denken. Om daaraan te ontsnappen, schrijft hij gewoon wat hij hoort.

• 'Je kunt niet schrijven' activeert een patroon dat de hersenen blokkeert tijdens het redeneren als hij schrijft. De hersenprocessen die normaal bij redeneren gebeuren (data heel snel ophalen en vergelijken), worden geblokkeerd.


Persoon 4. Patronen voor dyslexie in combinatie met taalzwakte

• Letters horen samen, letters zijn één geheel. Een beeld van letters die in elkaar vloeien. (Dit patroon zal ervoor zorgen dat letters bij het zien ervan in elkaar vloeien, zodat het moeilijk is de afzonderlijke letters van een woord waar te nemen.)

• Een patroon met een beeld van een horizontale balk. Deze balk moet een verzameling van letters (een woord) voorstellen, maar de afzonderlijke letters zijn niet te onderscheiden.

• ‘Je kunt niet zien’. In het patroon zit vervat dat het om letters gaat die vervaagd zijn. De omlijning van een letter wordt hierdoor vervaagd, zodat de vorm van een letter moeilijk te onderscheiden is.

• De letters dansen, je kan de letters niet zien.

• ‘Je schrijft niet’ en een verkramping van het polsgewricht, zodat het moeilijk is om letters te vormen.

• ‘Je kunt het niet begrijpen’. Het gaat over schrift, het schrijven van een taal.  ‘Je kan het niet begrijpen hoe de letters bij elkaar horen’.

• Een patroon met een formule van een scheikundige stof. Deze stof heeft te maken met de opslag van letters in de hersenen. Per soort letter neemt de scheikundige stof een andere variatie aan, zodat ze per soort letter op een ander adres in de hersenen wordt opgeslagen. Voor sommige letters is de variant van de scheikundige stof niet aanwezig, zodat sommige letters zeer moeilijk begrepen worden.

• Een beeld van een zin die uit aparte delen bestaat (woorden). Er is verwarring over de woorden en hoe ze bij elkaar horen. Hij zal hierdoor de woorden verkeerd splitsen of verkeerd aan elkaar linken, of woorden toevoegen of weglaten.

• De letters van een woord zijn niet duidelijk onderscheiden zichtbaar, waardoor eindletters en letters middenin een woord weggelaten of toegevoegd worden, het moeilijk is om waar te nemen of er 'ie' of 'i' of 'e' staat, of hij bijvoorbeeld niet ziet of er een dubbele of een enkele 'n' of 'd' of wat dan ook staat, en of er een 'e' of 'a' of wat dan ook aan het einde van het woord staat.

• Er is verwarring over moeilijke combinaties van letters. Hij kan dit niet begrijpen, zoals bijvoorbeeld de klank cht (licht). Hij zal een klank die hij niet begrijpt dus schrijven zoals hij het hoort (ligt). Hij kan bijvoorbeeld de klank 'ui' (zoals in 'duidelijk') niet begrijpen, en zal dus iets anders schrijven (dijdelijk).

• Er is verwarring over moeilijke combinaties van delen van woorden. Hij kan de aparte delen moeilijk onderscheiden, zoals bijvoorbeeld 'verantwoordelijk'. Hij zal dus schrijven: ‘veranoordelek’.

• ‘Je kunt geen taal leren’. Kennis i.v.m. taal, wordt heel gebrekkig in de hersenen opgeslagen. Vandaar dat hij bij het zich moeten herinneren van taal (bij het lezen en schrijven) de kennis geen automatisch gegeven is, hij moet tijdens het lezen en schrijven telkens hard nadenken hoe het moet.

• Als hij een woord ziet of hoort (bijvoorbeeld bij een dictee), dan is het niet onmiddellijk duidelijk hoe hij dit woord moet lezen of schrijven. Hij moet het woord letter voor letter ontleden, hij moet erover nadenken. In zijn hersenen (en in de energieën rond hem) is er geen of weinig kennis opgeslagen van woorden en combinaties van letters. Hij moet een woord telkens letter per letter ontleden.

• Je kunt de regels van een taal niet begrijpen. Vandaar lukraak iets schrijven.

• Je kunt geen taal leren, je weet niet hoe je moet schrijven. Hierbij zit een gevoel van verwarring.

• Zoals hij niet alle delen van een woord ziet, zo hoort hij ook niet alle delen van een woord. Hij hoort bijvoorbeeld de uitgang niet, daarom zal hij het woord verkeerd schrijven.

• Hij kan de regels over de uitgangen van werkwoorden (de dt-regel) wel begrijpen maar moeilijk toepassen omdat hij moeilijk kan waarnemen of er een 'd' of een 't' of een 'dt' geschreven staat.

• Er is verwarring over letters, er is verwarring over woorden, er is verwarring over taal. Er is geen voeling voor taal, voor hoe een taal in elkaar zit, zowel qua woordenschat als qua grammatica. Taal is een verwarrends iets. Hij kan de regels en de samenhang van taal niet begrijpen.

• ‘Je kunt het niet onthouden’. Dit gaat over moeilijke combinaties van letters.

• ‘Je kunt geen taal begrijpen’ en de regels i.v.m. taal worden niet of gebrekkig opgeslagen in de hersenen. De normale processen voor opslag worden geblokkeerd.

• Je kunt de woorden in de samenhang van een taal (= grammatica) niet begrijpen. En een gevoel van verwarring, niet weten hoe het moet.

• Verwarring over woorden. Hij kan de structuur van een woord niet begrijpen, hij kan de vorming van woorden niet begrijpen. Daarom zal hij lukraak iets schrijven.

• Je kunt geen woorden herkennen.