Voorbeelden van patronen voor luiheid
Patronen voor luiheid – voorbeeld 1
• Je moet niet werken, dat is nergens goed voor.
• Een gevoel van tegenzin voor werk en voor beweging.
• Voor niets interesse hebben, voor niets zin hebben. Gewoon de hele dag willen luieriken en in de sofa willen liggen.
• Geen zin hebben om te werken, een gevoel van tegenzin voelen voor werken.
• Je kunt niets bereiken met werken.
• Werken mat af en schenkt geen vreugde. Werken stompt je af en geeft je geen geestelijke verrijking. Werken is zinloos en brengt je niets bij. Vermijd werken, het breekt en vernietigt je en brengt geen enkel voordeel met zich mee.
Patronen om dingen die moeten gedaan worden als een onoverkomelijke berg te ervaren - voorbeeld 2
• Je doet het niet, je hebt geen zin.
• Je mag het niet doen. Overvallen worden door een enorm gevoel van loomheid en verlamming. Niet meer kunnen bewegen. Een sterk gevoel van tegenzin om iets te moeten doen. Alleen maar in de zetel kunnen gaan liggen en er niet meer kunnen uitkomen, dagenlang. Dan gaat dit gevoel weer over en komt er een gevoel en energie, en neemt ze actie. Maar als ze een tijdje iets doet, wordt ze overvallen door het gevoel het beu te zijn, geen zin meer te hebben om het nog te doen. En dan begint het patroon weer van voren af aan.
• De dingen die je nog moet doen, komen als een afschrikwekkend iets op je af. Het ratelt in je hoofd wat je nog allemaal moet doen. Je wordt er totaal door overweldigd, het is een onoverkomelijke berg. Je wilt vluchten, je moet eronderuit zien te komen. Je moet de gedachten in je hoofd stoppen, je moet verdoofd worden om het niet meer te voelen, om eraan te ontsnappen. Vandaar gaan slapen of heroïne gebruiken.
• Je komt niet uit je luie stoel, je bent eraan geplakt. Je hebt geen zin in de dag die komt, je hebt geen zin in de taken die jou wachten. Alles is teveel, je blijft liever in je luie stoel. Een sterk gevoel van tegenzin om iets te doen.
• Je doet niets dat veel inspanning vraagt. Je hebt geen zin, je komt niet uit je luie stoel, je geraakt niet in beweging. Je zal het later doen.
• Je wilt niet werken. Je bent liever lui dan moe.
• Je hebt geen zin om te werken.
• Een angst voelen voor werk dat moet gedaan worden. Een gevoel van machteloosheid bij werk dat moet gedaan worden. Zich verlamd voelen bij werk dat moet gedaan worden. Er niet kunnen aan beginnen. Heroïne gebruiken om aan die pijnlijke gevoelens te ontsnappen.
• Doe niets, zo is het leven goed. Laat de anderen maar werken, laat de anderen maar voor je zorgen. Strijk jezelf neer in je luie stoel en laat alles maar gebeuren.
• Je moet je dagen slijten in leegheid en ellende.
Patronen voor gemakzucht - voorbeeld 3
• Niet graag werken.
• Niet graag een inspanning doen, moeite hebben om in beweging te komen.
• Liever lui dan moe. Een luilekkerleventje met weinig inspanning willen.
• Een gevoel van tegenzin voor veel dingen die ze moet doen.
• Uitstellen, het later doen omdat ze nu geen zin heeft.
• Graag babbelen, blijven babbelen met mensen om niet te moeten werken.
• Andere dingen doen die prettig zijn om niet te moeten werken.
• Je mag geen actie nemen. Een dwang om geen actie te nemen.
• Je doet het later, je doet het nu nog niet.
Patronen voor tegenzin om te werken - voorbeeld 4
• Het is niet prettig, je doet het niet graag.
• Het gevoel van tegenzin voor inspanning, voor fysieke inspanning.
• Het gevoel van tegenzin om te werken, geen wil om te werken.
• Je moet je niet inzetten, het is niet prettig.
• Het is niet belangrijk, laat het maar liggen.
• Je werkt niet graag.
• Je kan niets bereiken door te werken.
• Liever lui dan moe.
• Niet graag in beweging komen, geen zin hebben om te werken.
• Niets doen, inactief zijn, verveling, ganse dagen niets doen, een leegloper zijn.
• Je hebt geen energie, je hebt geen kracht om te werken, je bent futloos. Dit activeert een patroon dat lichamelijke processen stuurt: binnen de cellen zijn er verkeerde scheikundige processen zodat een stof tekort is in de cel, zodat er een gebrek aan energie is.
|