Voorbeelden van patronen van egoïsme, narcisme en om in het eigen wereldje te zitten
Patronen voor egoïsme - voorbeeld 1
• Ik, ik, ik, ik, ....
• Jij bent belangrijk, de ander is minder.
• Jij, jij, jij, jij, alleen jij, jij, jij, ...
• Neerkijken op anderen.
• Jij bent goed, de ander is maar een halve.
• Jij bent de beste, jou hoort alles toe.
• Doe het voor jezelf.
• Zorg voor jezelf, dat is het belangrijkste. Kijk vooral niet naar de ander om. Zorg dat jij het goed hebt, zorg dat jij vooruit komt, zorg ervoor dat jij niets tekort komt. De ander is niet belangrijk, de ander is een minderwaardig wezen.
• Zorg dat jij het goed hebt.
• Jou en de jouwen zijn belangrijk, de anderen zijn van geen tel.
• Niet kunnen voelen wat een ander voelt, en daardoor geen enkel besef voelen van de noden van een ander. Uitsluitend de eigen noden kunnen voelen.
Patronen voor egoïsme - voorbeeld 2
• Jouw wil is wet.
• Jij bent belangrijk.
• Jij moet je zin krijgen.
• Als jij het maar goed hebt.
• Streef naar je eigenbelang.
• Denk aan jezelf.
• Ontplooi jezelf, laat de ander maar vergaan.
• De ander is niet belangrijk.
• Zorg dat je aan je trekken komt.
• Trek je van een ander niets aan, een ander hoeft het niet goed te hebben. Als een ander lijdt, is dat niet belangrijk. Zorg dat jij niet lijdt.
• Zorg dat jij veilig en goed af bent, laat de ander maar creperen.
• Zorg in de eerste plaats voor jezelf. Als er nog iets over is, kan een ander ook iets krijgen.
• Je moet een ander niet helpen.
• Doe niets voor een ander, zorg voor jezelf.
• enz.
Patronen voor egoïsme, om met zichzelf bezig te zijn - voorbeeld 3
• Jij bent belangrijk, de ander heeft geen waarde. Zorg voor jezelf.
• Je eigen geluk en je eigen doestellingen hebben voorrang. Al het andere is daaraan ondergeschikt.
• Je denkt steeds, je kunt er niet van loskomen. (en Daardoor kan hij geen aandacht voor een ander hebben).
• Je moet aan jezelf denken, je moet het zelf goed hebben, jij komt op de eerste plaats. Zorg eerst en vooral voor jezelf.
• Je hebt geen aandacht voor een ander. Zij en hun problemen kunnen je gestolen worden.
• Je bent met jezelf bezig, je komt niet los van jezelf, je kunt aan niets anders denken dan jezelf. Er is geen andere realiteit dan jezelf, er is alleen jezelf.
• Het is niet belangrijk wat een ander voelt, het is niet belangrijk wat een ander doorstaat. De problemen van een ander zijn niet belangrijk, dat zal jou een zorg wezen.
• Het raakt jou niet, het laat jou onverschillig. Wat kan het jou schelen dat een ander het moeilijk heeft. Je hebt al genoeg aan je eigen zorgen. Je eigen leven is al hard genoeg, zonder dat je je nog de zorgen van de ander moet aantrekken.
• Het niet willen horen dat een ander zorgen heeft. Er zich van wegtrekken als mensen over hun problemen praten of om aandacht vragen. Er niet willen naar luisteren, er niets willen mee te maken hebben. Weggaan.
Patronen om sterk met zichzelf bezig te zijn - voorbeeld 1
• Je hebt je aandacht op jezelf, je bent met jezelf bezig.
• Je bent in je gedachten, er is niemand anders.
• Je denkt alleen aan jezelf, je merkt de anderen niet.
• Ondergedompeld zitten in zijn wereldje. Dat waarnemen en verder niets.
• Je kan niet loskomen van jezelf.
• Je ziet geen anderen, je voelt jezelf.
• Er is niemand anders, er is alleen jou.
• Jij doet wat je goed acht, je houdt geen rekening met anderen.
• Zorg dat je vooraan staat, zorg dat je op de eerste plaats komt. Dat jij het goed hebt, is het belangrijkste.
• De anderen zijn minder belangrijk, zorg eerst voor jezelf.
• De anderen zijn minder belangrijk, jij bent belangrijk.
• Zorg dat je je deel niet verliest. Zorg eerst en vooral voor jezelf.
Patronen om in het eigen wereldje op te gaan - voorbeeld 2
• Je bent met jezelf bezig.
• Er is niets anders dan jezelf.
• Je bent aan jezelf geplakt.
• Het houdt je bezig, het houdt je bezig. Je kan er niet los van komen, je merkt niets meer behalve dat.
• Niets waarnemen. Op zichzelf gericht zijn, met zichzelf bezig zijn. Met de eigen problemen bezig zijn.
• Een fantasiewereld, de gedachten komen op, met niets anders meer bezig zijn. Verhaaltjes creëren (en daar volledig in opgaan en daarbuiten niets meer waarnemen).
• Je merkt niets buiten jou, je merkt het verdriet en de pijn van een ander niet, je merkt alleen jezelf.
Patronen om in zijn eigen wereldje te zitten voorbeeld 3
• In zichzelf zitten, de wereld niet waarnemen.
• Aan zichzelf geplakt zijn.
• De aandacht gaat niet verder dan de eigen geest. De aandacht is aan het eigen ik geplakt.
• Laat jezelf niet los.
• Jij bent belangrijk, de ander is niet belangrijk.
• De wereld draait rond jou, jij bent de spil van de wereld waarrond de wereld draait.
• Je kan niet loskomen van jezelf.
• Alleen zichzelf en zijn eigen gevoelens kunnen voelen. Uitsluitend de eigen wereld kunnen voelen. Niet kunnen waarnemen en begrijpen wat een ander voelt. Het is hem totaal vreemd dat een ander gevoelens heeft. Bij elk contact met mensen is hij uitsluitend bij zichzelf, voelt hij uitsluitend zichzelf.
Patronen om een beperkte kijk te hebben en aan een standpunt vast te houden
• Jij bent juist.
• Jij weet het.
• Jij weet het beter dan de anderen. De anderen zijn verkeerd, jij weet het beter.
• Er is maar één weg.
• Oordeel!
• Je houdt vast aan je standpunt!
• Zo is het en niet anders.
• Denken vanuit een beperkt aantal regeltjes van hoe het hoort. De regeltjes zitten geprogrammeerd in het patroon, bijvoorbeeld: de mensen moeten aandacht voor jou hebben, het moet proper zijn (bij een ander), de dingen moeten op een bepaalde manier gedaan worden, het moet snel gaan, mensen moeten dingen op een zekere manier zeggen enz. Het kan alleen op de manier van de regeltjes.
• Heel koppig vasthouden aan haar standpunt. Heel koppig weten dat ze gelijk heeft.
Patronen die narcisme veroorzaken
De narcist zit 'in' het patroon en kent alleen de werkelijkheid die hem door het patroon wordt opgelegd. Hij of zij kent geen enkele andere werkelijkheid.
. Met zichzelf bezig zijn, in niemand geïnteresseerd zijn, met de eigen dingen bezig zijn en de aandacht daar niet kunnen van lostrekken, voor niemand anders buiten zich interesse hebben.
. De aandacht is bij zichzelf en uitsluitend bij zichzelf, hij kan zeer moeilijk de aandacht op een ander plaatsen, de aandacht is als het ware aan zichzelf vastgeplakt.
. Alles uitsluitend waarnemen vanuit één gezichtshoek of gezichtspunt, namelijk de eigen egoïstische gezichtshoek. Totaal niet waarnemen vanuit een andere gezichtshoek. Zich geen enkel ander gezichtspunt dan het eigen gezichtpunt kunnen voorstellen of kennen. Alles en iedereen moet wijken voor dat gezichtpunt. Er totaal geen besef of voorstellingsvermogen van hebben dat iemand een ander gezichtpunt zou kunnen hebben. Uitsluiten vanuit de eigen visie denken en handelen.
. Kan een ander niet begrijpen, kan alleen zichzelf begrijpen, kan zich alleen een belevingswereld voorstellen die hij of zij zelf kent.
. Heeft totaal geen besef van wat een ander voelt of meemaakt, kan zich niet voorstellen dat iets voor een ander moeilijk kan zijn of dat een ander lijdt, heeft alleen maar besef van de eigen belevingswereld. Kan zich niet voorstellen dat een ander iets voelt of een eigen belevingswereld heeft of iets verlangt. Kan alleen aan de eigen voldoening denken en een ander is daartoe een middel. Een ander is als het ware een gebruiksvoorwerp.
. Het niet kunnen aanhoren als het tijdens een gesprek met meerdere mensen over een ander gaat. Het moet over hem of haar gaan. Weggaan uit de groep als niet alle aandacht naar hem/haar gaat.
. Alles draait rond jou, jij bent het centrum, jij bent de belangrijkste.
. Jij bent God.
. Ze moeten voor je buigen.
. Jij bent de grootste, de anderen verzinken in het niets tegenover jouw grootheid.
. Een gevoel van eigendunk, meerwaarde t.o.v. anderen.
. Je bent bewonderenswaardig, je bent zo speciaal. Je bent zo anders dan anderen, je staat zo boven hen verheven.
. Wat jij doet is zo perfect, zo goed. Geen enkele andere persoon kan daar zelfs maar van dromen, om te presteren en te creëren wat jij kan.
. Ze moeten je prijzen. Hunkeren naar bewonderende woorden. Indien de lovende woorden niet komen: totaal uit het veld geslagen zijn, denken niet mee te tellen. Daarna beginnen ruzie te maken en de ander allerlei dingen verwijten. Bijvoorbeeld: je ziet mij niet graag, je ziet mij nog niet staan, je hebt niets over voor mij. Of zich gekwetst terugtrekken en zichzelf beklagen. Zelfmedelijden. Fantasieën over hoe erg het leven wel is voor hem/haar, wat hij/zij allemaal moet doorstaan en hoe slecht de anderen wel zijn.
. Je moet mooi zijn, je moet de beste zijn, je moet vooraan staan, je moet opvallen, iedereen moet je zien. De anderen willen overtroeven door ervoor te zorgen iets te hebben of te zijn dat beter is dan dat van de anderen.
. De aandacht naar zich toehalen in een groep of tijdens een gesprek met meerdere mensen. Door opvallend gekleed te gaan, of door opvallende dingen te zeggen, door een opvallende houding aan te nemen, door het hoge woord te voeren (ook als het over thema's gaat waar hij/zij zo goed als niets over weet).
. De hele wereld draait rond hem of haar, kan zich niet voorstellen dat een ander een andere bestaansreden zou kunnen hebben dan in functie van hem of haar te bestaan. Kan zich niet voorstellen dat een ander iets voor zichzelf zou willen, want immers: alles en iedereen bestaat in functie van hem of haar. Kan uitsluitend aan de eigen behoeften en aan de eigen voldoening denken.
. Machtsvertoon, pronken met dure dingen, met dure kleding ...
. Pronken met wat een ander juist niet heeft, om een ander de loef af te steken.
Enz.
|