Voorbeeld van patronen van schizofrenie bij een 33-jarige man
Hans, een 33-jarige man met een diagnose van schizofrenie en obsessief-compulsieve stoornis.
De eerste psychische problemen zijn begonnen toen Hans 12 jaar was. Op die leeftijd zijn er ondraaglijke minderwaardigheidscomplexen ontstaan i.v.m. zijn uiterlijk. Hij dacht dat hij zowat de lelijkste mens op de planeet was. Hij begon ook alles te verwaarlozen, hij was totaal gedesorganiseerd. Er waren regelmatig depressies. Op die leeftijd is hij al in contact gekomen met psychotherapieën en medicatie. Van zijn 19 jaar tot 25 jaar is hij thuis geweest bij zijn ouders en kreeg hij een werkloosheidsuitkering. Hij volgde toen therapieën in een centrum voor geestelijke gezondheidszorg., Hij heeft gedurende drie jaar psychoanalyse gevolgd. Net op het moment dat de complexen over zijn uiterlijk verdwenen waren (op 25-jarige leeftijd), deed zich de eerste psychotische aanval voor, van de ene dag op de andere. Hans wist ineens niet meer wie hij was en waar hij was. Hij wist niets meer. Hij voelde een buitengewone angst en riep: 'ik ben niet tastbaar'. Hij werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en daar werd de diagnose schizofrenie gesteld. Sedertdien verblijft hij onafgebroken in een ziekenhuis.
Enkele andere probleempunten
• Hij moet altijd vragen stellen, onafgebroken, aan diverse mensen, aan zijn vader, de verpleegster, de dokter, zijn moeder ... Het gaat om filosofische vraagstukken zoals 'bestaat de tijd?', 'wanneer gaat het heden over in het verleden?', 'kan je iemand echt kennen?', 'wat is werkelijk?' enz. Hij staat dagenlang op met dezelfde vraag, en hij moet een antwoord erop horen. Als hij er geen antwoord op krijgt, dan slaat hij in paniek. Hij verwerpt de antwoorden van de anderen dikwijls en hij wordt kwaad omdat hij het juiste antwoord niet vindt. Als hij van diverse mensen een verschillend antwoord krijgt, dan is hij heel erg in de war en ontstaat een grote spanning. De spanning kan zo groot worden dat er hevige spasmen optreden in zijn hoofd, de nek en de armen. Zijn ogen zijn dan naar boven gericht. Hij stelt dagenlang dezelfde vraag met nuances aan minstens tien verschillende personen en daarna heeft hij een andere vraag. Hij belt iedere dag met zijn vader om vragen te stellen.
• ’s Morgens heeft hij het gevoel dat hij alles terug moet opbouwen. Hij moet zijn ganse ideeënwereld weer samenrapen, hij moet weer kunnen oproepen waar hij gisteren mee bezig was. Als dat uitblijft, dan krijgt hij hevige angst en is hij verward.
• Hij raakt overbelast als hij te lang bij iemand is. Hij valt dan buiten zijn structuur, hij valt buiten zijn houvast. D.w.z. dat hij buiten zijn vast denkpatroon geraakt waar hij houvast aan heeft. Als hij lang uit de kliniek is, bv. op familiefeestjes, moet hij weer tot een kerngedachte kunnen komen of moet hij de dingen weer op een rijtje kunnen zetten om terug op zijn plooi te komen.
• Hij heeft moeite met zijn zelfbeeld. Hij weet niet wie hij is. Hij heeft angst om zijn identiteit te verliezen. Hij stelt zich vragen over 'ik'. Hij is geobsedeerd over het woordje 'ik'. Het woordje 'ik' en ideeën en vragen i.v.m. 'ik' zijn met momenten constant in zijn hoofd aanwezig.
• Hij heeft zijn vader maanden aan een stuk lastig gevallen met het woordje 'ik'. 'Verwijst ik naar de spreker?'
• Hij denkt soms dat hij een herinnering is, of dat hij de letters van zijn naam is.
• Soms verdwijnt de realiteit en weet hij niets meer, kan hij niet meer denken, kan hij zich niets meer inbeelden. Als er niets meer is om aan te denken is hij heel verward en krijgt hij spasmen.
• Hij mijdt alle activiteiten in het ziekenhuis, zoals fitness, koken, uitstapjes en ergotherapie omdat hij er gedesoriënteerd door wordt, hij wordt heel verward.
• Hij heeft enkele tics: met zijn tong spelen, zijn rechterwang optrekken, zijn neus optrekken.
• Hij heeft last van obsessieve gedachten, flitsen die in zijn hoofd opkomen, vooral na de middag. Zo komt soms een vraag in zijn hoofd zoals: 'hoe kan ik verwijzen naar mezelf en tegelijkertijd communiceren?'. Hij moet daar dan een vraag over stellen.
• De ganse dag moet hij absurde woorden opzeggen in zijn hoofd, al van toen hij een kind was. Hij heeft bv. angst dat zijn moeder zal sterven. Dan moet hij zeggen, 'neen, neen, neen, vanaf nu, neen, neen, neen - neen, neen, neen - neen, neen, neen, vanaf nu neen ...'. Of als hij iets slechts over God denkt (hij is niet gelovig), of als hij vloekt, dan moet hij zeggen 'neen, neen, neen, vanaf nu, ...'
• Hij moet dwangrituelen uitvoeren: twee sigaretten, vier slokken cola of water, twee sigaretten, vier slokken ...
• Hij drinkt acht tot tien liter cola of spuitwater per dag.
Patronen
Toelichting over patronen voor schizofrenie
Bij Hans is er een patroon aanwezig dat bepaalt dat de eerste problemen moeten beginnen op 12-jarige leeftijd en dat schizofrenie moet starten op 25-jarige leeftijd.
Bij veel mensen zijn er patronen in het onderbewustzijn aanwezig met bizarre ideeën i.v.m. God. Zoals: je moet lijden ter ere van God. Deze patronen zijn aanwezig onafhankelijk van het feit of iemand al dan niet in God gelooft. Zo ook bij Hans. Hans gelooft niet in God.
. ‘Het lijden moet starten na de kinderjaren, de kinderjaren mogen vreugdevol zijn, maar daarna moet je God bewijzen hoeveel je van hem houdt. En je kunt dat bewijzen door de bereidheid te hebben om de rest van je leven te lijden. En zo kun je de hemel, het eeuwige leven en het eeuwige geluk bekomen’. Het lijden komt in gradaties, in de jeugd is het minder erg dan op volwassen leeftijd. Het verloop van het lijden ligt vast in het patroon: eerst de overtuiging lelijk te zijn, en depressief zijn en later schizofrenie. De psychose deed zich voor het eerst voor op het moment dat de complexen beter waren.
Er zijn enkele andere patronen die mede de schizofrenie gestart hebben:
• 'Vlucht voor het leven'. Dit activeert een patroon van een verlangen naar medicatie om verdoofd te worden.
• 'Angst voor het leven'. Dit activeert een patroon van te willen opgesloten worden in een psychiatrische instelling om aan het leven te ontsnappen.
• 'Je moet ziek zijn, dan ontsnap je aan het leven'. Dit activeert mede de schizofrene psychose.
• 'Je mag geen verantwoordelijkheid dragen, de verantwoordelijkheid moet bij de ander zijn'. Dit activeert het patroon van een levenslange aanwezigheid in een instelling.
• Een hevige faalangst, een angst om in het leven niet te voldoen, om te falen, om anderen teleur te stellen. Dus liever ziek dan de kans te lopen om gezichtsverlies te lijden omdat hij zal falen.
• Jij kan het niet, een ander kan het, maar jij niet. De enige oplossing hiervoor is om alle verantwoordelijkheid ontheven worden door levenslang ziek te zijn. Zo kan niemand je ooit iets verwijten, want ziekte wordt niet verweten. De verantwoordelijkheid voor een ziekte wordt niet bij de persoon gelegd, terwijl voor falen in het leven de verantwoordelijkheid wel bij de persoon wordt gelegd.
• Angst om ouders en familieleden teleur te stellen dat hij niets van zijn leven zal maken. , 'Je ouders hebben zo veel voor jou gedaan, hebben hun leven voor jou opgeofferd'. Het idee van een mogelijk falen waardoor hij zijn ouders zal teleurstellen en hen zijn dankbaarheid niet zal kunnen betuigen, is ondraaglijk. Vandaar eraan ontsnappen door ziekte.
• Angst voor de maatschappij, willen vluchten uit de maatschappij, willen opgesloten worden om aan de maatschappij te ontsnappen. Zich niet thuis voelen in de maatschappij, willen opgesloten worden om niet in de maatschappij te moeten functioneren.
• Je moet afhankelijk zijn van anderen. Ziek worden is daarvoor de oplossing want dan wordt levenslang alles voor jou geregeld.
Schizofrenie is het resultaat van een combinatie van patronen i.v.m. het functioneren van de hersenen en diverse patronen van afwijkend gedrag en bizarre ideeën. (Bij andere mensen komen ook beelden of stemmen voor, Hans heeft alleen last van ideeën).
Patronen schizofrenie
. Bij spanning en stress, zich zorgen maken, ontstaat er een abnormale scheikundige werking in de hersenen. Er komt een hevig versnelde werking in de hersenen van iets. Het ritme van iets (scheikundige reacties) wordt op zeer korte tijd immens opgedreven. Dit is het begin van de psychotische aanval. Elektrische stroompulsen die zich normaal niet voordoen, gaan naar andere delen van de hersenen waardoor de geagiteerde scheikundige werking zich naar andere zones van de hersenen verspreidt. Naargelang de intensiteit van de spanning en de stress is de werking intenser.
. De controle over de hersenen is gedurende een korte tijd afwezig, de hersenen zijn voor een moment stuurloos. Hierdoor wordt een scheikundige stof geproduceerd in de hersencellen. Deze scheikundige stof reageert met de gegevens in de hersenen (de data onder de vorm van scheikundige verbindingen), en creëert waanideeën, allerlei gedachten in het hoofd, waardoor er een grote verwarring is, en de realiteit niet meer kan waargenomen worden.
. 'Er moet een tekort zijn’. In dit patroon bevinden zich ook scheikundige formules van stoffen in de hersenen. Dit wordt geactiveerd door de tijdlijn, d.w.z. dat het vastligt in de tijd wanneer dit patroon geactiveerd wordt. Daardoor wordt een ander patroon betreffende de hersenwerking geactiveerd: er worden bepaalde stoffen onvoldoende opgebouwd. Hierdoor verandert de elektrische werking in de hersenen, er ontstaat een chaotische sturing. Hierdoor ontstaat een verhoogde spanning in sommige hersendelen en een tekort aan spanning in andere hersendelen. Scheikundige processen in sommige delen worden sterk versneld en in andere delen sterk vertraagd. Er ontstaat een sterk onevenwicht in de hersenen. Hierdoor slaan de scheikundige processen die zorgen voor opslag van gegevens in de knoop. Hierdoor komen er ideeën kriskras in het hoofd. Er komt een veelheid van oncontroleerbare ideeën in het hoofd waardoor Hans hevig in de war geraakt en de zin voor realiteit verliest. Door de chaotische elektrische werking ontstaan spastische bewegingen.
. Er is een onregelmatige hersenwerking. Soms stopt de activiteit en soms is de activiteit overmatig hoog. Dit creëert een verkeerde spanning in de hersenen. Dit heeft een invloed op scheikundige processen, en dit creëert wanen en hallucinaties, in dit geval de bizarre ideeën.
Patronen voor het verlies van realiteit en om niet te weten wie hij is
• Dit wordt in de eerste plaats gecreëerd door één van patronen i.v.m. het functioneren in de hersenen (zie hoger). Daarnaast zijn er nog enkele andere patronen hiervoor verantwoordelijk.
• Bij stress wordt het patroon geactiveerd: je bent niet, wie is 'ik', en een gevoel van verwarring.
• Je kunt niet waarnemen wie je bent. Wie ben je? Waar ben je? Je bent er niet meer, je bestaat niet meer, je bent niet meer reëel, je bent niet meer tastbaar, je bent ijl, je bestaat in het ijle. Dit patroon wordt geactiveerd bij een psychotische aanval.
• Alles is onduidelijk, alles is vaag, alles onduidelijk en vaag waarnemen. Waar is de realiteit?
• 'Waanideeën' activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking. De scheikundige processen in de hersenen worden hevig versneld, de scheikundige processen slaan op hol, waardoor massa's informatie kriskras uit de hersenen opgehaald wordt en een warboel van ideeën in het hoofd gecreëerd worden.
Patronen voor een obsessie voor het woordje 'ik'
. 'Het 'ik' is het grote geheel der mensheid. Het 'ik' is het concentratiepunt. Het 'ik' is het liefdegevoel voor anderen. 'Ik' is wie zich afvraagt wie leeft., 'Niet-ik' is wie zich afvraagt wie niet leeft. Wie is het 'ik', wie is 'ik', 'ik' is niet. Het 'ik' is diegene die uit, het 'ik' is de spreker'. Het 'ik' is diegene die weet, het 'ik' is diegene van wie de waarheid uitgaat en tot wie de waarheid komt'. Het 'niet-ik' is diegene van wie de waarheid niet uitgaat en tot wie de waarheid niet komt'. Het 'niet-ik' is de 'niet-spreker' ....
Deze opsomming van 'ik' in het patroon gaat gepaard met een proces in de hersenen: ideeën over 'ik' die voortdurend door elkaar opgehaald worden uit de opgeslagen informatie in de hersenen (in de vorm van scheikundige verbindingen). De ideeën worden vervormd omdat er een intense scheikundige activiteit in de hersenen ontstaat die de verbindingen en dus daardoor de ideeën verandert, zodat de ideeën niet meer zinnig zijn. De verschillende verbindingen van ideeën gaan zich onderling scheikundig verbinden. Dit creëert een grote hoeveelheid van ideeën in de hersenen. Soms komen waanideeën uitsluitend voort uit patronen, de dingen die psychotici denken en waarnemen vind je in dat geval terug in de patronen en niet in de informatie in de hersenen.
Er ontstaat een kluwen van ideeën dat een enorme verwarring creëert en waardoor Hans alle houvast verliest. Een hele reeks ideeën uit het patroon en uit de hersenen over het 'ik' spreken elkaar tegen waardoor er verwarring ontstaat over wat 'ik' nu echt is. Hans weet niet meer wie 'ik' is, en voelt daardoor een grote paniek. Om die enorme paniek te kunnen overwinnen, moet hij zo snel mogelijk het antwoord weten. Vandaar dat hij geobsedeerd is om de vraag te stellen wie 'ik' is. Als er geen antwoord komt, of als er diverse antwoorden komen, of als het antwoord niet terug te vinden in de lijst in zijn onderbewustzijn over de 'ikken', slaat hij volledig in de knoop en verliest hij alle houvast.
Patronen om vragen te moeten stellen
. Een eerste patroon met als inhoud: 'het doel van het leven is kennis vergaren, je moet weten, je moet je 'ik' vinden, je moet leren wie je bent, je moet leven, ', activeert een tweede patroon. Er komt een vraag in zijn hoofd, en die blijft daar hangen, en die zal daar blijven hangen tot er een antwoord op gekomen is. Maar niet zomaar een antwoord, het moet een zinnig antwoord zijn. Het antwoord moet terug te vinden zijn in de reeks van antwoorden die in een patroon opgeslagen zijn. Pas als hij die gelijkenis treft, kan hij overgaan naar een volgende vraag en zal er een volgende vraag in zijn hoofd komen, die weer op dezelfde manier moet beantwoord worden. Zolang er geen bevredigend antwoord is of als er teveel antwoorden zijn, dan wordt een patroon geactiveerd i.v.m. de hersenwerking, om het antwoord terug te vinden in de data die in de hersenen zijn opgeslagen. Er zal een scheikundige werking ontstaan om de ideeën in de hersenen te creëren die in de reeks antwoorden van het patroon passen. Er komen daardoor massa's ideeën in het hoofd die voor verwarring en gebrek aan realiteitsgevoel zorgen.
. 'Je moet vragen stellen om de realiteit te kennen, je moet de realiteit kennen', activeert een patroon met de vragen: 'is er een realiteit, wat is realiteit, wat is nu, wat is het verleden, wat is de toekomst, wat is de tijd, wat is tijd, waarom leven wij, wie is goed, wat is goed, wie is niet goed, wat is niet goed, wie is werkelijk, wat is werkelijk, wie is werkelijkheid, wat is werkelijkheid, is er werkelijkheid, bestaat de werkelijkheid, wat is leven, is er leven, moeten wij leven, wie leeft, wie is dood, wat is dood, wat is de zin van het leven, heeft het leven zin...'
Dit activeert een patroon i.v.m. de hersenwerking: allerlei ideeën worden gevormd in de hersenen, waardoor hij niet meer weet wat de realiteit is. Er ontstaat een versnelde scheikundige activiteit in de hersenen. Ideeën worden uit de hersenen opgehaald, en met elkaar gebonden, waardoor ideeën ontstaan die niet meer zinnig zijn. Er komen diverse gedachten door elkaar in zijn hoofd. Hij wordt zeer verward en verliest alle realiteit, weet niet meer wat de realiteit is.
Andere patronen:
• Dingen móeten vragen.
• Het zich verplicht voelen om zichzelf en anderen vragen te stellen over het leven.
• Je moet vragen stellen.
• Er moet altijd iemand in de buurt zijn aan wie je de vraag kunt stellen, vandaar het voortdurend verlangen om contact met iemand te hebben om die een vraag te kunnen stellen.
• Er moet een vraag zijn. Zonder vraag is er geen houvast. Een vraag blijft in zijn hoofd hangen tot hij het juiste antwoord gevonden heeft. Als een vraag niet snel genoeg opgelost wordt, wordt hij nerveus en krijgt hij angst dat hij geen antwoord op de vraag zal vinden. De vraag moet beantwoord worden. Er is ook een angst als hij een vraag niet meer weet, als hij een vraag niet kan onthouden (dit patroon activeert niets in de hersenen).
Patronen voor het verlies van houvast als hij uit zijn vast denkpatroon geraakt
. 'Je moet denken, je moet je vragen stellen en het antwoord moet zinnig zijn'. De structuur van zijn denken, namelijk: alles ordenen, alles op een rijtje zetten, ideeën één voor één beoordelen en rangschikken ligt vast in het patroon. Als er ineens teveel gedachten zijn door een foutief scheikundig proces dat voor allerhande gedachten zorgt, geraakt hij uit die structuur van ordening van gedachten, en is hij alle houvast kwijt.
Hij voelt zich zweven, kan de wereld niet meer waarnemen, weet niet meer waar hij is, weet niet meer wie hij is, weet niet meer wat de realiteit is, kan niet meer denken, kan zich niets meer herinneren. (Dit zijn gevoelens die geprogrammeerd zijn in het patroon en die niet veroorzaakt worden door de hersenwerking.).
Patronen voor obsessieve gedachten
. Er komt een gedachte op en die blijft hangen, en die moet herhaald worden. De gedachte gaat niet meer weg, ze blijft daar. Dit patroon wordt geactiveerd als hij onrustig is, en evenwicht zoekt, omdat het patroon zegt, dat als hij een gedachte kan vasthouden, hij daar houvast aan heeft. Dan heeft hij vat op de realiteit, want die gedachte is dan de realiteit. Er is dan geen leegte en dan loopt hij niet het gevaar om de realiteit te verliezen.
Patronen voor: hij denkt dat hij een herinnering is, of dat hij de letters van zijn naam is
. Je bent een herinnering, je bent niet bestaand, je bent er niet, je bent de letters van je naam, jij bent er niet, enkel jouw naam en jouw herinnering.
Patronen om absurde woorden te moeten opzeggen
. Er is een eerste patroon met een set van dingen die mogen gedacht worden. Bijvoorbeeld: mijn vader is goed voor mij. Alles wat goed is mag gedacht worden, het zich voorstellen van het verlies van een vader of een moeder is een kwade gedachte. Bij het hebben van een kwade gedachte wordt het tweede patroon geactiveerd. 'Neen, neen, het mag niet, je bent verkeerd, je moet gestraft worden voor wat je denkt, je mag niet zo denken, neen, neen, vanaf nu, neen, neen, vanaf nu'. Het patroon houdt in dat hij die woorden moet herhalen totdat ze volledig ingeprent zijn. Dat betekent tot ze in de hersenen in scheikundige vorm ingegrift zijn en dan mag het herhalen stoppen (het patroon bevat een scheikundige formule dat inhoudt wanneer de gedachten in de hersenen ingegrift zijn).
Patronen voor dwangrituelen
. Het doel van het ritueel is de vervuiling van het lichaam te bekomen. 'Je moet je lichaam vervuilen, je moet lijden, je mag niet gezond zijn, er moeten tal van zaken mislopen in het lichaam. Zaken die helpen om de vervuiling te bekomen zijn: overdadig eten, roken, geen beweging, het innemen van allerlei schadelijke stoffen’.
Door het eerste patroon wordt het volgende patroon geactiveerd: 'er is een regelmaat, de klok tikt, twee maal rook, drie maal vocht (een schadelijk vocht), je moet dit ritme volgen, twee maal rook, drie maal vocht'.
Patronen om zich lelijk te voelen
. Op twaalfjarige leeftijd wordt het patroon geactiveerd: 'je moet lijden ter ere van God', tezamen met het idee dat hij afzichtelijk lelijk is en andere ideeën hieronder beschreven en de dwang om dat steeds te denken. Zo kan hij goed lijden en zijn plicht tegenover God voldoen. Bij dat patroon zit het idee dat als hij dat niet meer denkt, hij een psychose en de verschijnselen van schizofrenie zal krijgen, dus hij moet dat denken, om schizofrenie te voorkomen. Als de complexen verdwijnen zal er een enorme leegte ontstaan en zal hij gestraft worden met schizofrenie. Was hij voor de vastgelegde leeftijd van de complexen verlost geweest, dan zou de schizofrenie zich vroeger gemanifesteerd hebben.
• Jij bent afzichtelijk, jij behoort tot de afzichtelijken. Je bent lelijk, je bent niet om aan te zien.
• Het moet perfect in orde zijn. Het uiterlijk moet perfect zijn. Als er iets niet perfect is, ontstaat er een verschrikkelijk ondraaglijk gevoel en dat gevoel kan alleen verdwijnen als de imperfectie aangepast is.
• Jij bent niet goed genoeg. De anderen zijn beter, de anderen zijn mooier. Jij valt uit de toon, jij bent afzichtelijk, jij bent abnormaal.
• Je kan jezelf niet aanvaarden, je bent zo lelijk dat je niet met jezelf kunt leven.
• Kijk naar jezelf, beschouw jezelf en zie hoe lelijk je bent.
• Zich steeds in de spiegel bekijken omdat hij met het ondraaglijke gevoel loopt dat hij lelijk is, en hoopt als hij in de spiegel kijkt, hij toch nog niet zo lelijk zal zijn en het ondraaglijke gevoel zal verminderen.
• Je neus is te lang, je huid is te pukkelig, je gezicht is te lang, je bent afstotelijk.
• Je bent te mager, je bent niet om aan te zien.
• Er is een dwang om al die dingen te denken. Die dwang wordt geactiveerd door 'je moet lijden ter ere van God'.
Patronen voor een rookverslaving
• Je moet roken, je moet een schadelijk gas inademen om je lichaam te beschadigen, je mag niet overvloedig (=gezond) leven, je mag niet overvloedig en eindeloos genieten van je lichaam, je moet jouw lichaam vernietigen. De hoeveelheid roken zit in het patroon, namelijk het maximale mogelijk, dus onafgebroken.
Patronen voor de dwang om te drinken
• Een verlangen naar vocht, naar overvloedig vocht, om het lichaam te vervuilen, om het lichaam beetje voor beetje te vernietigen.
• Je moet drinken, je kunt niet zonder drinken, je moet onafgebroken drinken.
• je hebt veel vocht nodig.
Patronen voor tics
• Er zit een telling in het hersenritme, in de seinen (elektrische geleiding) naar de wang. Om de zoveel pulsen is er een sterkere puls waardoor de wang optrekt.
• Zijn neus optrekken: er komt om de zoveel tijd een kriebel op de neus, veroorzaakt door een sturing in de hersenen, waardoor hij de neus optrekt.
• De tong is rusteloos. Bij een moment van stilte en ontspanning gaat de tong willekeurig bewegen. Dit wordt opnieuw gestuurd door de hersenen.
Energieën
Ik ben goedhartig, gul, ik geef mijn sigaretten aan een ander
. Er is een energie met als inhoud: geen waarde hechten aan materiële zaken, niet vasthouden aan materiële zaken, begrip voor anderen, tolerantie voor anderen, kunnen vergeven en vergeten, zich kunnen inleven in de ander.
. Er is een deelziel die liefde en medeleven in zich draagt.
Ik heb heel veel medelijden met anderen, ik heb een sterk empathisch vermogen
. Er is een energie die staat voor: zich kunnen inleven in een ander alsof hij het zelf was, kunnen overvloeien in de ander, totale versmelting met een ander, met de mentale wereld van een ander, totaal begrip.
. Ook zijn er diverse deelzielen die uitkijken naar waar een ander in nood is, die alert zijn voor de omgeving, die Hans een impuls geven om te helpen en te ondersteunen waar het nodig is.
Ik kan goed luisteren
. Er is een energie die de eigenschap bezit om toegespitst te luisteren als een ander iets vertelt, om zeer goed horen wat de ander zegt. Hierdoor is de volledige aandacht op de ander en op het gesprek gericht en kan hij totaal loskomen van zichzelf.
. Er is ook een deelziel die ervoor zorgt dat hij intens de aandacht op de ander kan vestigen.
Ik ben handig in techniek, door logisch te denken
. Er is een energie die staat voor: inzicht, weten, kennen, het vanzelf kennen en het aangeleerd kennen, het vlot sturen van de hersenen, en het vlot ophalen van informatie uit de hersenen.
. Er is een deelziel die de volgende eigenschappen in zich draagt: intelligentie, weten, kennen, redeneren, het razendsnel verwerken van gegevens, inzicht in techniek. Deze deelziel stuurt Hans om de juiste acties uit te voeren en de juiste dingen te denken, de juiste inzichten te hebben en beheersing over materiaal te hebben.
Ik heb een zeer sterk ontwikkeld ruimtelijk voorstellingsvermogen
. Er is een energie met als inhoud: dieptezicht, overzicht, gevoel voor verhoudingen en afmetingen, gevoel voor vormen, het zich in de geest vormen kunnen voorstellen die er nog niet zijn, een geestesvorm kunnen creëren.
. Een deelziel laat hem toe om vormen te kunnen bouwen en vormen in hun geheel te kunnen zien.
|