Voorbeeld van patronen van schizofrenie bij een 45-jarige vrouw
Lieve lijdt aan chronische depressie en paranoïde schizofrenie.
Bij Lieve ligt het vast in de tijd wanneer depressies en schizofrenie zullen starten. Dit wordt bepaald door het volgende patroon:
Je moet een ziekte hebben, je moet lijden voor God, je moet je hele leven ongelukkig zijn. Dit kan bereikt worden door een zorgelijke, zwaarmoedige, ernstige, godvrezende aard te hebben in de jeugd. Later door het ziek te zijn door depressies zodra de kinderen geboren worden, zodat ze niet voor de kinderen kan zorgen en niet in staat is om hen alle liefde te geven die ze nodig hebben. Op die manier wordt ze voor de rest van haar leven opgezadeld met schuldgevoelens en zo lijdt ze en offert ze zich op voor God. Later komen de psychoses en de wanen i.v.m. handelingen van mensen en de kwade bedoelingen van haar man, zodat ze geen gelukkig huwelijksleven kan hebben, zodat ze op geen enkele manier gelukkig kan zijn. Het ligt vast dat de set van patronen die de hersenfuncties beïnvloeden en de patronen die zekere ideeën inhouden op een bepaald moment in het leven geactiveerd worden.
Het idee dat we moeten lijden ter ere van God en uit liefde voor God is heel vaak in het onderbewustzijn terug te vinden. Het is verbonden met heel veel ziektes en andere klachten. Het is aanwezig in het onderbewustzijn, of de persoon al dan niet in God gelooft. Ook in de Christelijke religiën leefde dit idee in het verleden en het komt nu ook nog wel voor.
Een ander patroon dat de ziektes activeert:
Je moet een leven van ziekte leiden. Je mag niet meer werken en je vindt dat heel erg. Je kan er niet overheen stappen en je hebt levenslang verdriet. Je bent moe, zwaar, uitgeput, je hebt geen energie. Zo lijd je voor God, zo ben je ziek ter ere van God. Dit patroon activeert twee patronen die de hersenprocessen beïnvloeden :
• Stoffen in de hersenen kunnen niet opbouwen. De formule van de stoffen zit in het patroon. De aanmaak van de stoffen wordt geblokkeerd door het patroon.
• Een patroon dat het verloop van de scheikundige processen in de hersenen dicteert, welke processen er plaatshebben, welke stoffen er tekort zijn en het ritme waarop de processen zich voordoen: een vertraagd ritme waardoor hersenprocessen vertragen.
Patronen voor depressie
• Zodra je kind geboren wordt, word je depressief. Hierbij zit een link naar een tweede patroon: een stof bouwt niet op, er is een tekort van een stof. Dit patroon bevat de scheikundige formule van de stof en bevat de formule van een scheikundige reactie waardoor de stof vernietigd wordt.
• Je mag geen liefde voelen voor je kind. Dit patroon is gelinkt aan hetzelfde patroon van een tekort aan een stof.
• Zodra er kindervreugde is, moet je lijden. Dit patroon activeert de volgende patronen:
• Je voelt je ellendig en je weet niet waarom. Je bent gewoon ellendig, je bent altijd ellendig, je moet je ellendig voelen. Je hebt geen energie, je bent moe, je bent depressief. Ook het het ellendig gevoel zelf is in dit patroon aanwezig.
• Je moet lijden, je mag je niet gelukkig voelen. Je moet je zwaar voelen, je moet je steeds ellendig voelen, je moet steeds verdriet voelen.
• Je hebt verdriet en je weet niet waarom. Je hebt gewoon verdriet, je hebt altijd verdriet.
• Niemand houdt van jou, en dat maakt jou heel verdrietig.
• Je bent alleen en eenzaam en dat maakt je heel verdrietig.
• Je moet je eenzaam en verdrietig voelen.
• Je hebt geen levenslust meer, je sleept je door het leven heen.
• Alles is zwaar, alles is moeilijk.
• Angst voor het leven, en daarom depressief zijn.
• Niets gaat goed, alles gaat tegen, en dat voelt voor jou heel zwaar, je kunt dat niet verdragen.
• Je kunt het leven niet aan, en zich daarbij ellendig voelen.
• Het leven is moeilijk, je vindt geen vreugde.
• Alles is duister, alles is donker. Niets in prettig, alles is moeilijk.
• Als er iemand niet naar haar luistert is dat alsof ze een slag in haar gezicht voelt, en ze wordt onmiddellijk heel depressief.
• Als ze niet luisteren kun je het niet meer aan, dan is het leven zo zwaar. Hierbij zit ook het zich heel depressief voelen.
• Zodra de zon schijnt voel je je ellendig.
• Enz.
Patronen voor schizofrenie
a. Patronen die de hersenprocessen beïnvloeden
• De hersenprocessen komen te langzaam op gang. Er zijn eerst trage hersenprocessen, en dan schiet ineens de hersenwerking in beweging. Data worden versneld opgehaald en weer opgeslagen. Er worden gedachten gecreëerd in de hersenen die uit het niets ontstaan: gedachten over anderen die gevaarlijk zijn, gedachten over anderen die geen goede bedoelingen hebben. Deze gedachten worden opgeslagen en weer opgehaald, worden opgeslagen en weer opgehaald enz. Tijdens het herhaaldelijk opslaan en ophalen worden de gedachten vervormd (de scheikundige vorm waarin ze zijn opgeslagen wordt vervormd) doordat ze zich verbinden met stoffen. Hierdoor ontstaan de meest absurde gedachten die voor de persoon in kwestie de waarheid zijn.
• 'Je bent gejaagd, je hebt geen controle over jezelf'. Dit activeert een patroon dat een signaal (mogelijk een spanningsverschil) veroorzaakt in de hersenen. Door dit signaal wordt een klier in de hersenen beïnvloed. Hierdoor wordt een stof niet afgescheiden waardoor tekorten ontstaan.
• 'Je vindt geen houvast, je vindt geen liefde'. Dit activeert een patroon voor processen in de hersenen: de dataverwerking (ophalen en opslaan van gegevens) versnelt. Het patroon zorgt ervoor dat bepaalde gedachten in de hersenen ontstaan: gedachten over haar echtgenoot die haar kwaad wil doen, die gebaren maakt achter haar rug. Deze data worden snel opgeslagen en weer opgehaald, waardoor deze gedachten dwangmatig in haar hoofd aanwezig zijn. Data i.v.m dit thema worden vervormd door toevoeging van scheikundige stoffen waardoor hallucinaties en angsten ontstaan over de kwade bedoelingen van haar man die erop uit is zou zijn om haar te vermoorden.
• 'Je mag niet genezen, je moet ziek zijn'. Dit activeert een patroon dat ervoor zorgt dat bepaalde scheikundige processen in de hersenen gebeuren.
• Voor de opbouw van data (ideeënvorming in het hoofd) gaat een stof die er niet hoort mee reageren. Er ontstaan vervormde ideeën, deze betreffen het op haar hoede moeten zijn omdat de anderen valse bedoelingen hebben (dit gedachtegoed ligt vast in het patroon).
• Zuurstoftekort in de hersenen, de hersencellen nemen niet voldoende zuurstof op. Er gebeurt een fout tijdens de afgifte van zuurstof uit het bloed aan de hersencellen: de zuurstof wordt foutief aan een stof gebonden waardoor er een tekort is.
• Stoffen bouwen te traag op (o.a. door tekort aan zuurstof). Hierdoor kan de dataprocessing niet optimaal gebeuren. Daardoor ontstaan er fouten in de dataprocessing en krijgt de persoon irreële ideeën, waanideeën.
• Ze neemt de dingen anders waar dan ze zijn, de dingen die ze waarneemt worden vervormd. Er wordt een sein gegeven aan de hersenen waardoor een scheikundige stof wordt vrijgemaakt. Deze stof vervormt data die de hersenen binnenkomt.
• Een stof bouwt te traag op. Op het moment dat deze stof beschikbaar komt, zijn de hersenprocessen al in een verder stadium. Daarom wordt een andere stof gebruikt voor de processen en van deze tweede stof ontstaat hierdoor een tekort. Deze tweede stof is nodig voor dataprocessing: het opslaan en het ophalen van gegevens in de hersenen. Door het tekort aan de tweede stof zijn deze processen niet afdoende, waardoor geheugen problemen ontstaan.
• Een patroon bevat de structuur van een genetische code. Hierdoor ontstaat een afwijking in de genetische code waardoor de productie van scheikundige stoffen verandert, waardoor er een ziekte ontstaat.
b. Patronen die concepten inhouden
• Je zal levenslang ziek zijn, je kan nooit genezen. Je zult levenslang je dagen slijten in een ziekenhuis. Je zal levenslang medicatie nodig hebben.
• Een dwang naar aandacht:, ziekte is een garantie om aandacht te krijgen.
• Je moet achterdochtig zijn, ze hebben kwaad in de zin, vertrouw hen niet.
• Jouw man is gevaarlijk, vertrouw hem niet. Hij heeft een engelengezicht, maar eigenlijk is het de duivel.
• De mannen zijn boosaardig, ze bedriegen hun vrouw. Ze geven de indruk van het beste voor te hebben met jou, maar vertrouw ze niet, het is alleen maar schijn.
• Jouw man is gevaarlijk, hij zal jou kwetsen, hij zal jou kwaad doen. Hij zal jou uit de weg ruimen, hij zal jou vermoorden. Dan heeft hij vrij spel met een andere vrouw.
• De mannen zijn bedriegers, ze zijn niet eerlijk, ze bedriegen hun vrouw.
• Hij (haar man) doet gebaren achter je rug. Je voelt het, je weet het. Je hoeft het niet te zien, je voelt het op je rug.
• Hij zal jou vernietigen, hij is gevaarlijk, wees op je hoede. Uit angst zal ze allerlei dingen verbergen voor de echtgenoot.
• Een man is gevaarlijk. Als je trouwt zul je geen liefde vinden. Hij zal je kwetsen, hij zal jou klein houden, hij zal jou onder de duim houden, hij zal jou onder zijn macht houden.
• Hij is je ontrouw. Hij houdt niet van jou. Hij zal jou vermoorden om met een andere vrouw te gaan samenwonen.
• Hij wil jou kwijt.
• Jouw man houd je wakker, om jou te tergen, om jou zwak te maken, om jou uit te putten, zodanig dat je zwak zult zijn als hij wil toeslaan om je te vermoorden.
• Je kan niet slapen door de schuld van je man. Doordat hij in de kamer is kan je niet slapen. Het is zijn schuld.
• Jouw man maakt tekens achter je rug. Hij doet tekens naar de kinderen en naar anderen. Ze smeden samen een plot om je uit de weg te ruimen. Ze willen van je af zijn.
• Doordat jouw man zo slecht is tegenover jou ben je ziek geworden. Doordat hij zo koel is en zich zo dominant opstelt, ben je ziek geworden. Jouw man laat je geen vrijheid. Hij legt zijn wil op. Je kunt jezelf beschermen door je van hem af te sluiten. Doe alsof je hem niet hoort als hij iets zegt. Dan kan hij jou niet meer bevelen. Dan kan hij jou geen kwaad doen.
• Jouw man houdt niet van jou. Hij heeft een ander. Daarom stelt hij zich zo dominant op en moet hij altijd zijn zin krijgen en moet jij altijd toegeven.
• Jouw man is jou vijandig gezind. Je moet je afsluiten voor je man. Verberg je gevoelens. Toon hem niet wie je bent, want hoe meer hij van je weet hoe meer hij jou kan misbruiken en misleiden. Luister ook niet naar hem want hij wil jou met zijn mooie praatjes misleiden. Pas op dat je niet in zijn val trapt.
• Hij doet alsof hij jou niet gehoord heeft om nog meer informatie uit jou te halen, zodanig dat hij nog meer macht kan krijgen over jou. Als hij nog meer vraagt, zwijg dan en zeg niets meer. Je hebt al genoeg gezegd, je hebt eigenlijk al teveel gezegd. Hij heeft al teveel macht door wat hij al weet. Zorg ervoor dat hij niet nog meer macht krijgt.
• Je moet niet antwoorden. Hij heeft het al gehoord. Hij moet maar luisteren. Het feit dat hij niet luistert is een bewijs van zijn gebrek aan respect voor jou.
• Je weet het, je hoort het van je innerlijke stem. Jouw man heeft een andere vrouw en hij wil jou vermoorden. Je ziet dat hij plannen maakt. Je ziet het aan zijn dreigende houding, aan zijn boze blik, aan de wilde bewegingen van zijn handen waarmee hij jou zal doden. Vlucht, vlucht voor hem. Zorg dat je veilig bent. Breng alles in veilige bewaring. Neem je voorzorgen en vlucht voor hem vooraleer het te laat. Je ziet het aan de bewegingen van zijn handen. Je ziet dat zijn handen jou willen grijpen. Angst voor de handen van haar man. Angst om in zijn nabijheid te zijn. Niet willen inslapen zolang hij wakker is zodat hij haar niet in haar slaap kan doden.
• Een gevaar zien in mensen, mensen wantrouwen. Op haar hoede zijn voor mensen, op haar hoede zijn voor de slechte bedoelingen van anderen. Angst dat mensen haar kwaad zullen doen. Verkrampen in contact met mensen. Op haar hoede zijn.
• Achterdochtig, ze denkt dat mensen haar kwaad willen doen. Ze ziet in elke gelaatsuitdrukking of handeling een slechte bedoeling. Ze is op haar hoede. Ze moet zich beschermen. Daarom niets meer zeggen, niets meer doen, niet meer bewegen. Zich afsluiten van de anderen in haar veilige wereld (anderen zien haar verstijven en niet meer bewegen).
• Ze hebben slechte bedoelingen. Ze hebben het slechtste met je voor. Ze bedoelen er iets mee met wat ze doen. Het is een teken van iets. En dan gaat ze naarstig zitten zoeken wat het zou kunnen zijn en dan gaat ze dingen fantaseren (in slechte zin).
• Ze bedoelen er iets speciaals mee. Je moet op je hoede zijn.
• Ze geven een teken achter je rug.
• Gevaar! Ze willen je kwaad doen. Wees op je hoede. Houd je stil, beweeg niet meer, trek je terug. Wees alert voor de beweging in je omgeving (hierdoor verstijven en staan wachten).
• Ze wil niets meer zeggen. Ze wil niet meer bewegen. Ze wil niet meer reageren. Ze spitst haar oren voor gevaar. Pas als er een tijd overgegaan is en het gevaar geweken lijkt (niemand heeft iets abnormaals gedaan) komt ze weer tot leven en is ze voor contact met anderen vatbaar.
• Ze trekt zich terug in haar wereld (een vorm van verlamming) en luistert intens naar de geluiden in de omgeving om te kunnen reageren bij het minste gevaar. Ze blijft een tijdje in die toestand en komt er dan vanzelf weer uit en herinnert zich niets.
• Scherpe geluiden, de scherpte van een geluid raakt haar. Een geluid wordt voor haar extra versterkt zodat ze niet in de val zal lopen. Ze zal het fijnste geluid waarnemen en zo zal niemand voor haar dingen kunnen verbergen. Als anderen dus heimelijk dingen doen of fluisteren, zal ze dit altijd horen.
• Een geluid als heel zwaar en oorverdovend, als ondraaglijk waarnemen, het geluid wordt versterkt. Als mensen hevige geluiden produceren, ziet ze dat als een teken van naderend gevaar. Een lawaaierige omgeving duidt op onheil. Ze zal extra op haar hoede zijn en zich afschermen van de wereld. Ze zal niet meer reageren op wat een ander zegt, want geluid betekent gevaar. Als reactie zal ze zich afschermen: ze zal niets meer zeggen en niet meer voor communicatie van een ander toegankelijk zijn.
• Als ze vermoedt dat iemand haar in de luren aan het leggen is, dan is haar enige verweer (naast het zich afsluiten) zich hevig kwaad maken. Ze hoopt hiermee de ander te intimideren waardoor die zijn snode plannen zal opgeven, en waardoor ze zouden beseffen dat ze niet met een weerloos lammetje te maken hebben.
• Angst dat er iets met haar kinderen zal gebeuren, vooral de meisjes (de jongens zijn sterker): ze zijn in gevaar, ze moet haar kinderen in bescherming nemen. Zo niet zal er hen iets overkomen en zullen ze niet goed kunnen opgroeien. Ze is enorm op haar hoede als de kinderen in contact komen met anderen, en ze zal hen bij het minste gevaar als een moederkloek in bescherming nemen door de anderen af te schrikken.
• De kinderen moeten goed verzorgd worden. Dat is jouw taak, dat is jouw plicht, zo niet ben je geen goede moeder. Hierbij zit ook het gevoel van angst om geen goede moeder te zijn, angst om niet alles te doen om de kinderen goed te laten opgroeien.
• Je moet een goede moeder zijn, zo niet word je gestraft met de hel. Je moet je kinderen een goede opvoeding geven. In dit patroon is ook een gevoel van grote bezorgdheid voor de kinderen aanwezig. Als je geen goede moeder bent, zal God jou dat vergelden.
• Je bent ziek, je hebt pijn, je hebt overal pijn, je voelt je ongemakkelijk. Je organen werken niet zoals het hoort, je hebt maagzuur, je lever laat het afweten, je alvleesklier mankeert, je klierstelsel is in de war, je beenderstelsel is poreus, je bent gevoelig voor bloeduitstortingen, .... Je bent altijd ziek, er scheelt altijd iets, er is altijd de één of andere pijn. Je bent nooit zonder pijn, je voelt de pijn door en door, je bent verlamd van de pijn.
• Je moet pijn voelen, je kan niet zonder pijn zijn, er is altijd pijn.
• God moet je straffen als je geen pijn voelt, je moet pijn aanvaarden en doorstaan uit liefde voor God. Let op de tekens uit je omgeving die voor jou een aanduiding zijn dat de pijn moet komen. Deze tekens zijn o.a. bewegingen en houdingen van mensen uit de omgeving. Als iemand zich bv. vooroverbuigt, moet ze pijn in de rug krijgen. Als iemand op een zekere afstand van haar staat, moet ze pijn in de buik krijgen en als de afstand kleiner of groter wordt, moet ze de pijn hoger of lager voelen enz.)
• Ik beveel je, je moet gehoorzamen (= een stem), je moet doen wat ik zeg. Je moet zwijgen en je mag niets zeggen tegen anderen. Je moet doen alsof je een ander niet gehoord hebt en rustig verdergaan met je werk. Je moet je werk goed afmaken. Je moet naarstig schoonmaken, je moet het tot in de puntjes goed doen. Je moet nog eens controleren of je het perfect gedaan hebt. Je moet je afzijdig houden van anderen en je mag geen contact zoeken. Je moet alleen je huishouden doen en andere contacten mijden. Verzin maar iets om niemand te moeten bezoeken, om bij niemand te moeten gaan. Zeg maar dat je ziek bent of dat je moe bent. Je moet moe zijn, je moet doen wat ik wil, je moet werken, je moet schoonmaken, je moet je werk goed doen. Hierbij zit het gevoel van het zich schuldig voelen als het werk niet goed of volledig gedaan is.
• Ze geven elkaar tekens (zoals een boze blik, of liever, een lichte verandering in de gezichtsuitdrukking die zij als een boze blik interpreteert), je moet je haasten. Ze geven een teken (bv. iemand wijst met de vinger), je moet je verplaatsen. Ze geven een teken (bv. iemand kijkt naar haar haar), je moet je haarstijl veranderen. Ze geven een teken (bv. iemand lacht), je moet je verbergen, ze lachen met jou. Ze geven een teken (bv. iemand bukt zich), je moet heel snel weggaan ....
• Dingen verkeerd waarnemen. Als iemand lacht, dan ziet ze dat als een aanval of als kritiek en ze trekt zich terug in zichzelf of ze staat te wachten, ze wacht af wat er verder zal gebeuren. Als iemand zijn neus optrekt betekent dit afkeuring voor haar, ze voelt zich aangevallen en wordt agressief.
• Je ziet gebaren, ze geven tekens. Dit als iets anders interpreteren. Als iemand bv. zijn hand opheft, wordt dit geïnterpreteerd als een vijandig gebaar.
• Ze zijn gevaarlijk, ze geven tekens achter je rug. Zij weten wat die tekens betekenen, het heeft niets goeds in de zin. Ze willen je gek verklaren, ze willen je pijn doen, ze willen je kwetsen. Zich afvragen wat de tekens betekenen. Erover gissen en tot een conclusie komen. In het patroon worden de mogelijkheden van wat dit kan betekenen opgesomd, zoals: ze vinden je vervelend, ze willen je uitsluiten, ze willen van je af zijn, ze zullen je uitlachen, ze zullen jou onder elkaar belachelijk maken, ze zullen jou bekladden, ze zullen jou zwart maken bij de directeur, ze zullen leugens over jou verspreiden, ze zullen de anderen tegen jou opstoken ... In dit patroon zit ook een gevoel van zich heel onveilig voelen in de buurt van anderen, van steeds op haar hoede te zijn voor wat haar telkens kan te wachten staan,van zich af te sluiten van anderen door niets te zeggen, niet te reageren op wat een ander zegt, niet te antwoorden, zeer weinig informatie te geven (want hoe minder ze over haar weten, hoe minder ze haar kwaad kunnen doen), te doen alsof ze iets niet gehoord heeft, geen tweemaal hetzelfde willen zeggen omdat ze dat als een mogelijke val beschouwt (anderen vragen het opnieuw om te zien of ze de tweede maal hetzelfde zegt om haar te testen of ze wel bij haar zinnen is), en om steeds op haar hoede te zijn voor gevaar.
• 'Je ziet tekenen'. Een zeker teken is een aanduiding van hoe er moet gereageerd worden. Als iemand een middelvinger gebogen omhoog brengt, is dit een teken van een heimelijk akkoord. Als iemand de vingers tegen elkaar wrijft, dan betekent dat dat ze verworpen wordt. Als iemand een vlugge beweging maakt met de handen, dan betekent dit: 'ga weg jij' en voelt ze zich aangevallen en denkt ze dat ze niet gewenst is. Als iemand met de handen schudt, dan denkt ze dat de mensen haar misprijzen. Tekens met de vingers, de handen, de voeten en de benen betekenen ofwel afwijzing ofwel een onderling akkoord. Als iemand in de zetel ligt, dan wil men haar duidelijk maken dat ze lui is. Ze voelt zich dan geïrriteerd en beschuldigd, ze voelt zich dan een slechte huisvrouw en moeder. Dit idee gaat ronddraaien in haar hoofd en ze zal haar best doen om goed te werken. Als iemand de benen spreidt, dan wijst dat op een afkeuring van wat ze doet of zegt, en dit betekent dat ze een andere richting moet nemen. Als iemand zich vooroverbuigt, dan betekent dat: 'je bent goed', een bevestiging van wat ze doet, een teken dat ze goed bezig is. Ze let nauwlettend op de aanwijzingen, ze let op elke beweging of gelaatsuitdrukking en ze volgt deze bevelen. Als iemand met de ogen knippert, dan betekent dit dat men door haar heen ziet. Zij weten alles van haar en ze voelt zich doorzien, en daardoor zal ze het contact met die deze persoon mijden en zal ze voor deze persoon vluchten.
• Je moet de aanwijzingen opvolgen, zij zijn je leidraad voor het leven.
• Ik beveel je, je moet gehoorzamen (= een stem).
• Ze hoort stemmen in haar oren, ze luistert ernaar. De stemmen bevelen de weg die ze moet volgen. Ze hoort : 'je man is autoritair', 'hij heeft een andere vrouw', 'je mag geen neen zeggen, je moet doen wat die persoon vraagt', 'je moet dat weigeren', 'maak je geen zorgen, wij zullen je helpen' ..., De stemmen bevelen haar en beslissen voor haar. Ze zijn haar leidraad en haar steun. Ze heeft er alle vertrouwen in en volgt nauwgezet de aanwijzingen.
• De mensen vertellen je dingen en zij neemt dit waar alsof de mensen het heel zwaar en zorgelijk vertellen, en zij veroordeelt en minacht dit bij deze mensen (terwijl de mensen gewoon iets neutraals vertellen).
• Ze weten dat je er niet tegen kunt en toch spreken ze erover. Ze doen dat omdat ze je minachten en omdat ze je willen laten voelen waar je plaats is. Ze willen je laten voelen dat ze geen respect voor je hebben.
• Een patroon dat ervoor zorgt dat ze onaangename geuren waarneemt in bepaalde plaatsen.
• Als iemand een boze opmerking maakt of een boos teken geeft, dan verschralen je handen (worden ze droog en bleek).
• Enz.
|