Behandeling op afstand:
Voor de mensen die veraf wonen kan de behandeling starten na een telefonisch contact of een contact via webcam. Je kunt ook een filmpje van jezelf opsturen.

Voorbeeld van patronen van verslavingen

Alcohol, roken, vraatzucht, gokken, koffie, medicatie


Patronen voor alcoholverslaving (persoon 1)

• Je moet drinken, je moet steeds meer drinken, je kan niet zonder alcohol. Vlucht in alcohol. Als je het niet meer aankan, dan kan drinken jouw pijn verlichten. Als je drinkt, zul je je beter voelen.

• Het lichaam bouwt een verslaving op voor bepaalde stoffen: de scheikundige formule van de stoffen is geprogrammeerd in het patroon, de hersenen verlangen naar een steeds grotere hoeveelheid van deze stoffen. Er is een steeds grotere hoeveelheid nodig om dezelfde sensatie te voelen.

• Verlangen naar drank (bier, wijn). Voortdurend aan drank denken. Niet kunnen loskomen van de drank. Drinken tot verzadiging en dronkenschap. Zodra de uitwerking over is: weer drinken, onafgebroken drinken, altijd aan drank denken, op elk moment van de dag. De drang naar drank is er constant.

• Je hebt alcohol nodig.
• Je hebt je aantal pintjes nodig, zonder kun je niet.
• Alcohol brengt verlichting.
• Een dwang naar alcohol.
• Als je zorgen hebt, moet je drinken. Verdrink je zorgen.
• Drinken om verdoofd te zijn, om geen ellende en geen pijn meer te voelen.

• Het leven niet kunnen confronteren, het leven niet aankunnen. Vluchten in de drank, dan zijn alle zorgen weg.

• Je te pletter drinken met grote hoeveelheden alcohol.
• Geen rust vinden vóór je je hoeveelheid alcohol binnen hebt.

• Een patroon dat inhoudt hoeveel alcohol hij moet gebruiken om zich goed te voelen, het aantal pintjes dat hij moet drinken. Hij moet gaan tot een zekere hoeveelheid vooraleer hij mag stoppen.

• Geestelijke achteruitgang door de drank. De hersenen worden beschadigd. Dit activeert een patroon dat ervoor zorgt dat cellen in de hersenen beschadigd worden. Er komt te weinig voeding naar de hersenen. Er zijn verkeerde scheikundige processen in de hersencellen, waardoor de cellen beschadigd worden (deze beschadiging is niet echt het resultaat van de alcohol maar het resultaat van het patroon dat iets in beweging zet waardoor cellen echt beschadigd worden)

• Een patroon dat inhoudt hoeveel alcohol er in het bloed moet zijn.


Patronen voor overdadig gebruik van alcohol (persoon 2)

• Je moet alcohol drinken. Dan voel je je goed, dan ben je los en blij.

• Op een feestje moet je drinken. Dan ben je jolig, dan ben je prettig gezelschap. Zo niet ben je saai en val je niet in de smaak.

• Alleen door te drinken kun je je vrij voelen, zo niet ben je een vervelende griet en ben je geen plezier voor anderen.

• Zich onzeker voelen zonder alcohol.
• Zonder alcohol ben je niets.

• Je kunt jezelf vrij maken door alcohol, je voelt je beter met alcohol. Als je je ellendig voelt, drink dan alcohol. Dan kun je het leven weer aan.


Patronen voor rookverslaving (persoon 1)

• Er is een patroon dat inhoudt: 'Op een planeet past men het roken toe, het roken bestaat en men past het een heel leven toe. Er moet een bepaald nicotinegehalte in het bloed zijn. Om dat te bereiken komt iemand in contact met sigaretten en begint te roken. Iemand kan er niet meer van af, men blijft het doen, men kan er niet mee stoppen. Als de nicotine niet in een zeker gehalte in het lichaam aanwezig is, wordt de roker zeer nerveus en agressief, om de roker te verplichten om te roken. De hersenen krijgen een prikkel bij een te laag nicotinegehalte om een stof te produceren die over de zenuwbanen wordt geleid en die nerveus maakt. Als de persoon weer rookt, stopt de productie van deze stof want de hersenen ontvangen de prikkel dat de nicotine weer aanwezig is. De nervositeit wordt beter'.

• Je moet roken, je kan je sigaretten niet opzij leggen. Je hebt je sigaretten nodig, zonder je sigaretten kun je geen rust vinden.

• Een patroon met als inhoud de hoeveelheid die hij rookt.

• Kettingroken: zodra de ene sigaret opgerookt is, moet je de andere aansteken.


Patronen voor rookverslaving (persoon 2)

• Een patroon met een beeld van iemand die de rook diep inhaleert en ervan geniet. Het hoort zo, het is een gewoonte.
• Je moet roken.
• Bij stress mag je veel roken. Dat verdrijft de stress.

• Verlangen naar sigaretten en roken. Een prikkeling in de hersenen zorgt ervoor dat er een lichamelijke drang naar roken ontstaat.

• Een patroon i.v.m. de hersenwerking zorgt ervoor dat het lichaam naar nicotine vraagt. De hoeveelheden van de benodigde nicotine zijn aangeduid in het patroon.


Patronen voor eetverslaving (persoon 1)

• Je moet eten.
• Een constante drang naar zoet.

• Naar een afwisseling van eten verlangen, steeds iets anders willen eten. Als hij iets gegeten heeft, naar het volgende soort eten verlangen.

• Er is een patroon i.v.m. het functioneren van de een of andere klier, waardoor er steeds een hongergevoel blijft.  Hierdoor wordt de maag teveel geprikkeld om een hongergevoel op te wekken.

• Je moet steeds dooreten, je moet nog meer eten. Je moet nog meer hebben, eet nog.

• Steeds met voedsel in het hoofd zitten, er steeds aan denken.
• Een drang naar bepaalde spijzen, in dit geval frieten.
• Nooit verzadigd zijn, altijd weer willen eten.
• Je moet blijven eten.

• Eten maakt je gelukkig. Door te eten kun je al je problemen vergeten. Naar eten grijpen als er zich een frustratie voordoet.

• Niet van voedsel kunnen afblijven, het onafgebroken willen eten. Een hevige onrust en steeds een neiging hebben om naar voedsel te zoeken.

• Je kunt niet stoppen met eten.
• Er is nog voedsel. Eet het op, je mag niets laten liggen.
• Zorg dat je verzadigd bent. Zorg dat je zeer goed gevoed bent, voor als er moeilijke tijden komen (hongersnood).


Patronen voor eetverslaving (persoon 2)

• Je moet eten.
• Eten is prettig, als je eet ben je gelukkig.
• Eten binnenschrokken, heel gulzig eten.
• Grote hoeveelheden.

• Je moet nog eten, nog meer eten. Het is nog niet genoeg, eet nog een beetje meer.

• Je moet een hoog aantal calorieën eten, je moet je goed voeden. Je moet gezond zijn, je moet erover waken dat je genoeg eet.

• Het eten smaakt, het is een genoegen des levens.
• Je kan niet zonder eten, je moet je goed volstoppen, dan heb je zeker genoeg.
• Lekkere dingen (in het patroon zit een gevoel van verleiding erbij).
• Eet lekker!
• Het eten zal je goed doen, eet maar.
• Je kunt er nog een beetje bij doen.
• Eet maar door, het is nog niet genoeg.

• Een voortdurend verlangen naar eten, steeds aan eten denken, altijd met eten in het hoofd zitten. Tussendoor eten, onafgebroken eten.

• Nog een hapje.
• Je moet grote porties eten, anders blijf je niet gezond.
• Een ongedurigheid naar voedsel en voortdurend een kleinigheid nemen.
• Je voelt je beter als je eet. Met eten vergeet je je zorgen.
• Eet maar, het kan geen kwaad.

• Je moet eten om gezond te zijn. Eten hoort bij het leven, eten is een heel belangrijk element. Zonder eten ben je niet gelukkig.


Patronen voor een drang naar voedsel en om kauwgom te eten ter compensatie (persoon 3)

• Een verlangen naar snoep, naar zoetigheid.

• Frustraties willen wegwerken door te eten. Een automatische impuls om naar voedsel te grijpen als er iets tegengaat.

• Steeds honger hebben, steeds met het idee van voedsel in het hoofd zitten, steeds willen eten. Aangezien dit niet mag omdat het lichaam te dik zal worden, (er is een angst om dik te worden), naar iets grijpen dat de drang naar voedsel tegengaat. In dit geval het eten van kauwgom.

• Je moet kauwgom eten, dan zal je niet eten.

• Een drang naar voedsel, een constante drang naar voedsel. Een onafgebroken gevecht daartegen leveren, omdat de drang niet kan beheerst worden. Uit wanhoop naar kauwgom grijpen.


Patronen voor gokverslaving

• Gezogen worden naar de goktoestellen. Hij moet er naartoe.
• Gokken is je droom, is je levensvervulling, is 'het einde'.
• Je moet gokken.
• Er is geen leven zonder gokken.
• Als je triestig bent, kun je gokken. Dan vergeet je alles.
• Het leven is gokken.
• Als je begint, kun je niet stoppen.
• Je moet tot het einde doorgaan.
• Je zult winnen.

• Een hevige onrust om te gaan gokken en geld te winnen, een gedrevenheid om te gaan gokken.

• Het geld komt.
• Een gemakkelijk manier om je brood te verdienen. Zo hoef je niet te werken.
• Je moet maar één keer geluk hebben om rijk te worden.
• Je moet het telkens opnieuw proberen. Eens komt de grote kans.
• Niet afhouden, probeer het opnieuw, ooit lukt het.
• Je moet het nog eens proberen. De volgende keer zal het lukken.
• Je kunt rijk worden als je gokt. Gokken is dé manier om rijk te worden.

• Een drang naar geld, naar rijk worden, naar verlost zijn van te moeten werken.

• Een drang om te kunnen pronken met geld en zo bevestigd te worden door de anderen.

• Ernaar gezogen worden met de meest intense hoop dat het deze keer zal lukken, dat er veel geld zal komen.

• Niet willen werken, een afkeer hebben van werken. Hopen om, aan het levenslang werken te kunnen ontsnappen door met het gokken te winnen.

• Je moet werken, en een verschrikkelijk gevoel bij die gedachte.  Om aan dat verschrikkelijke gevoel te ontsnappen, zich voorstellen hoe hij wint met gokken en naar het gokken gezogen worden. Gokken is als een drug om de verschrikkelijke pijn van de gedachte aan levenslang werken niet meer te moeten voelen.

• Terwijl hij gokt, heeft hij een obsessie om te winnen.
• Geld verliezen, niet winnen.

• Een dwang naar de gokmachine. Een onafgebroken beeld van het goktoestel in zijn hoofd hebben. Ernaartoe moeten, ernaartoe gedwongen worden.


Patronen voor koffieverslaving

• Er moet altijd iets zijn om te drinken, je kan het drinken niet laten.
• Het is om het even wat het is, als je het maar kunt drinken.
• Je moet onafgebroken drinken.

• Je kunt niet zonder drinken. Hierbij is een indicatie van de stoffen die gedronken worden aanwezig, in dit geval koffie.


Patronen voor verslaving aan medicatie

• ‘Je hebt iets nodig om je te verdoven, om je tot rust te brengen’. De scheikundige formule van de producten die kunnen verdoven zitten in het patroon. 'Je kan niet tot rust komen zonder die stof, je moet het hebben'. Het patroon zegt verder dat wat eerst tot rust bracht, niet meer genoeg is om dezelfde resultaten te halen, dat de dosis moet opgedreven worden, de persoon moet steeds meer en meer hebben. De hersenen herkennen de stof niet meer als het om dezelfde hoeveelheid gaat, (het is gewoon een idee dat de hersenen de stof niet herkennen, het is geen fysiek proces), het is maar als de hoeveelheid groter is dan de vorige hoeveelheid dat de hersenen de stof herkennen en dat de stof effect kan hebben.

• Je kan niet zonder pillen, je moet pillen hebben, je kan niet leven zonder pillen.

• Een angst om zich slecht te voelen als hij zijn pillen niet heeft. Hierdoor, neemt hij op voorhand pillen om zich zeker goed te voelen.

• Zonder pillen ben je niets. Pillen zijn je houvast, geven jou steun en troost.

• Je kan geen rust vinden zonder medicatie. Dit doet hem verlangen naar kalmeringsmiddelen (valium).

• Angst om de medicatie af te bouwen, hij kan de medicatie niet loslaten.
• Je mag niet afbouwen, je hebt het nodig.